De massa-immigratie kwam van rechts

In opinie door Martijn van Dam op 11-10-2011 | 08:02

Tekst: Martijn van Dam

In een rapport van een speciale commissie van de Tweede Kamer wordt pijnlijk duidelijk hoe de geschiedenis van arbeidsmigratie naar Nederland zich herhaalt. Vijftig jaar na de golf gastarbeiders, is momenteel een vloed van Oost-Europeanen gaande. In weerwil van wat mensen zijn gaan geloven, was de migratiegolf van de jaren zestig geen links, maar juist rechts beleid. Vijftig jaar later laat rechts zien niks geleerd te hebben.

De afgelopen jaren is de PVV er in geslaagd de immigratie van de jaren zestig opnieuw te problematiseren en de geschiedenis te herschrijven."De schuld ligt bij de linkse elites", aldus hun verkiezingsprogramma. Lang hebben linkse politici zoals ik deze aantijgingen onweersproken gelaten. Te lang. We vonden een discussie over wiens ‘schuld' het is dat mensen hier leven, buitengewoon onsmakelijk. Dat hadden we niet moeten doen. Als je beweringen onweersproken laat, gaan ze beklijven. Mensen nemen ze voor waar aan. Maar ze zijn niet waar. Grootschalige immigratie was en is gevolg van rechts beleid.

Dankzij verschillende historische onderzoeken, onder andere door de gebroeders Lucassen, kunnen we feiten en fictie goed uit elkaar houden. In de jaren zestig ontstond een tekort op de arbeidsmarkt. In eerste instantie werden Zuid-Europeanen ingevlogen. Werkgevers hadden liever Turken en Marokkanen. Die waren goedkoper en makkelijker inzetbaar. De VVD en de voorgangers van het CDA regeerden. Zij sloten wervingsverdragen af met Turkije en Marokko en openden kantoren om mensen naar Nederland te halen.
De PvdA was zeer kritisch, vanwege de verdringing van Nederlandse werknemers en de druk op de lonen. Daarom eiste de PvdA dat gastarbeiders maar twee jaar mochten blijven. Dat werd toegezegd, maar de VVD en de werkgevers bedachten allerlei trucs om dat te omzeilen. Sterker nog, de liberalen en christendemocraten gaven Turken en Marokkanen het recht hun gezin mee te nemen, waardoor de aandrang om terug naar huis te gaan stukken kleiner werd.

Door deze rechtse maatregelen nam het aantal Turken en Marokkanen in Nederland in hoog tempo toe. In 1960 waren er 3 Marokkanen en 22 Turken met een werkvergunning in Nederland. In 1973 waren er al tienduizenden. Het kabinet Den Uyl sloot de grenzen voor nieuwe gastarbeiders. Wie al deze feiten op een rij zet, ziet duidelijk wie er verantwoordelijk waren voor de komst van tienduizenden immigranten. Dezelfde politieke partijen als nu ons land regeren. Die voerden gedwee de agenda van de werkgevers uit. Niet de linkse, maar de rechtse elites. De 'massa-immigratie' kwam van rechts.

Vandaag de dag is absoluut geen sprake meer van grootschalige immigratie uit Turkije en Marokko. De afgelopen vijf jaar kwamen er netto gemiddeld per jaar 188 Marokkanen bij en ongeveer 800 Turken. Van ‘massa-immigratie' uit deze landen kun je dus met goed fatsoen niet spreken. Wie dat woord gebruikt, probeert mensen bewust wat op de mouw te spelden. Een leugen om kiezers op te hitsen.

Dat wil niet zeggen dat er geen grootschalige immigratie meer is. Dat blijkt wel uit het rapport over arbeidsmigratie van de tijdelijke commissie van de Tweede Kamer. In vijf jaar tijd kwamen twee- tot driehonderdduizend Oost-Europeanen naar Nederland. In een stad als Den Haag wonen volgens schattingen nu al meer Oost-Europeanen dan Marokkanen. Wie denkt dat de rechtse partijen hun lesje wel geleerd hebben, komt bedrogen uit. CDA, VVD en D66 pleiten opnieuw voor open grenzen en ruimhartige verlening van werkvergunningen voor Bulgaren en Roemenen. Opnieuw is het doorslaggevende argument de lage kosten van buitenlandse arbeidskrachten. Net als in de jaren zestig. En voorstellen om Oost-Europeanen Nederlands te laten leren en integratie te stimuleren, stuiten op een muur van coalitiepartijen. "Ze zijn hier maar tijdelijk," zegt de VVD opnieuw in de Kamer. Net als in de jaren zestig.

Het is schokkend hoe de geschiedenis zich herhaalt. Opnieuw willen werkgevers in nauwe samenwerking met rechtse politieke partijen immigratie aan de onderkant van de arbeidsmarkt stimuleren. Met grote risico's. Nederlandse werknemers komen minder makkelijk aan het werk. De lonen aan de onderkant van de arbeidsmarkt blijven onder druk staan. Werknemers worden weggeconcurreerd doordat Bulgaren en Roemenen via een zzp-constructie onder het minimumloon werken. Polen komen zelfs in een normale baan niet tot een normaal salaris en moeten daarvan ook nog een deel afstaan voor huisvesting, eten en drinken. De risico's voor de sociale zekerheid als ook Oost-Europeanen daar aanspraak op kunnen gaan maken, zijn levensgroot. Doordat huisjesmelkers te veel mensen in een te klein huis onderbrengen, komt de leefbaarheid in de goedkopere wijken nog verder onder druk te staan. Juist daar kunnen nog meer mensen elkaar niet verstaan, doordat de grote meerderheid van de Oost-Europese immigranten geen Nederlands spreekt. De rekening van het rechtse beleid komt opnieuw terecht bij mensen die al het meest voor hun kiezen krijgen.

Nu de geschiedenis zich zo duidelijk herhaalt, is het tijd de verantwoordelijkheid daar te leggen waar hij hoort: bij rechts. Te lang hebben we de onwaarachtige beweringen over 'massa-immigratie' uit Turkije en Marokko over ons heen laten komen. De onheuse aantijgingen zijn echter eenvoudig te weerspreken. Immigratie van goedkope arbeidskrachten was en is rechts beleid. Weigeren iets te doen aan integratieproblemen is dat ook. Ik zet daar graag een linkse agenda tegenover. Terughoudend zijn met immigratie en keihard werken aan integratie, met respect en fatsoen naar de mensen over wie het gaat. Doen we dat niet, dan zitten we over dertig jaar weer met een gigantisch integratieprobleem.

Martijn van Dam is Tweede Kamerlid voor de PvdA. Hij is onder andere woordvoerder integratie. Dit stuk is eerder op zijn persoonlijke blog verschenen en met toestemming ook op Republiek Allochtonië geplaatst. Eerdere blogs van Martijn van Dam op Republiek Allochtonië vindt u hier

Lees ook het artikel Niet links, maar rechts zit achter multiculti van Cees van der Laan in Trouw

Zie ook:

 Feit en fiactie over migratie en integratie 

Leo Lucassen en Wim Willems: de etnische obsessie

Poolse migranten in Nederland

Meer Oosteuropeanen van verwacht

Meeste Poolse immigranten gaan weer terug naar Polen

Minister Kamp wil werkloze Moe-landers uitzetten

MOE-landers: de Marokkanen van de jaren '10

Poolse gastarbeiders vestigen zich permanent in Nederland
 

 

Meer meningen en feiten over immigratie? Kijk hier



Meer over immigratie, integratie, links, martijn van dam, massaimmigratie, pvda, pvv, rechts.

Delen:

Reageer




Reacties


Janneke Donkerlo - 11/10/2011 09:07

Verhelderend bericht. In mijn boek 'Saygili & Zn. lotgevallen van een Turkse familie in Nederland, heb ik de geschiedenis van de Turkse Migratie beschreven.

Uit het boek:
Met de hoge werkeloosheidcijfers uit de jaren dertig nog vers in het geheugen, streefde de Nederlandse overheid direct naar volledige werkgelegenheid. Een arbeidsintensieve industrie zou werkgelegenheid en welvaart creëren, export was het sleutelwoord. Daarvoor moesten echter de prijzen en lonen strak in de hand worden gehouden. Aanvankelijk waren de Nederlanders wel bereid om offers te brengen voor de wederopbouw; die offers bestonden uit lage lonen en zwaar werk. Pas in 1954 was er sprake van een reële loonstijging van 8 procent en vanaf dat moment ging het hard: er kwamen sociale voorzieningen en Nederland werd welvarender. Toch durfden ondernemers nog niet te mechaniseren, dat zou vergde grote investeringen vergen en dat geld moest eerst worden verdiend. Veel werk werd dus nog met de hand gedaan. De Nederlanders wilden gaandeweg zelf het vieze, zware en gevaarlijke werk niet meer doen; de gastarbeiders waren de Haarlemmerolie van het personeelstekort. Eerst kwamen ze uit Italië, Joegoslavië, Portugal en Spanje. Enkele jaren later uit Marokko en Turkije.
Dat de gastarbeiders zich voor altijd in Nederland zouden vestigen, was niet de bedoeling en dat waren ze zelf ook helemaal niet van plan. Je moest wel een beetje een avontuurlijke geest hebben, maar de meesten kwamen toch vooral om in korte tijd veel geld te verdienen. Jarenlang zeiden Hamza en Kamil tegen elkaar: ‘Als we weer teruggaan naar Turkije…’ En zo ging het in de meeste gevallen ook: van de Turken die in de jaren zestig naar Nederland kwamen, keerde 85 procent– zij het vaak na vele jaren en soms pas na hun vijfenzestigste - terug naar hun geboorteland.
Vooralsnog vormden ze echter een dankbare aanvulling op de Nederlandse arbeidsmarkt. In Turkije stonden jarenlang miljoenen werkwillige arbeiders op wachtlijsten om via de officiële kanalen in Europa hun geluk te beproeven. De ontvangende landen probeerden via wervingsovereenkomsten de komst van die arbeiders in goede banen te leiden, met als uitgangspunt zekerheid voor zowel ondernemers als arbeiders. Ondernemers waren niet gebaat bij ongeschikte arbeiders, vandaar de keuringen in het land van herkomst; gastarbeiders kregen op hun beurt tijdens hun verblijf bepaalde voorzieningen gegarandeerd. In 1965 hadden in Nederland ruim zevenduizend Turken een werkvergunning, bijna vijftig daarvan waren vrouwen.

Ondernemers hadden dus arbeiders nodig, maar de overheid wilde een systeem dat garandeerde dat gastarbeiders na een paar jaar terug zouden gaan en, zo nodig, plaats maken voor een nieuwe lichting. Het was niet de bedoeling dat ze uiteindelijk ten laste zouden komen van de Nederlandse samenleving. Recht op een uitkering na ontslag hadden ze aanvankelijk dan ook niet.
De gedachte van elkaar aflossende gastarbeiders bleek echter een vorm van struisvogelpolitiek; werkgevers wilden liever mensen die langer bleven. Om te beginnen was een gastarbeider het eerste jaar relatief duur vanwege wervings-, en reiskosten, voeding en huisvesting. Na verlenging van het jaarcontract werden de reiskosten voor een tussentijds bezoek aan het land van herkomst vergoed en kregen de officieel geworvenen extra vakantiedagen (iets wat bij sommige Nederlandse arbeiders overigens kwaad bloed zette). Tot slot moest een nieuwe arbeider eerst weer ingewerkt worden. Een bedrijf had er dus belang bij om een gastarbeider zo lang mogelijk in dienst te houden.
De streng gereglementeerde wervingsovereenkomsten leverden in de praktijk echter onvoldoende arbeiders op; er was nog steeds sprake van een schreeuwend tekort. Gelukkig reisden verreweg de meeste buitenlandse arbeiders op eigen kracht en deze ‘spontanen’ kwamen het bedrijfsleven heel goed uit. De reeds in Nederland werkzame gastarbeiders fungeerden vaak als bruggenhoofd. Een prettige bijkomstigheid voor ondernemers was dat spontanen, anders dan de officieel geworvenen, naar believen konden worden aangenomen of ontslagen. Overigens werden zij in die tijd nog niet als ‘illegalen’ gestigmatiseerd, dat zou pas later komen.