Bescherm fundamentele vrijheden en toets wetten aan Grondwet

In opinie door Said Bouharrou  op 03-08-2018 | 10:32

Wetten die fundamentele vrijheden van burgers inperken, moeten getoetst worden aan de Grondwet. Het toetsingsverbod aan de Grondwet moet daarom zo snel mogelijk worden afgeschaft. Dat schrijft Said Bouharrou.

Er komen steeds meer discriminatoire wetten en voorstellen uit Den Haag. Of het nu gaat om denaturalisatie wegens verdenking van een terroristisch misdrijf waarbij de Nederlandse overheid Marokkaanse Nederlanders wil ‘terugsturen’ naar Marokko terwijl deze ‘Marokkanen’ het product zijn van Nederland en niet van Marokko. Of de oproep van een minister om de vrijheid van meningsuiting van alle Nederlanders aan banden te leggen omdat een fundamentalistische prediker een onverdraagzame preek houdt. Of omdat een andere minister vindt dat het zelfs genetisch bepaald is dat bevolkingsgroepen niet met elkaar kunnen samenleven. Met zo een uitspraak kan je niet meer geloofwaardig de inclusieve publieke taak dienen. Of een fractievoorzitter die het voorstel doet om moskeefinancieringen te onderwerpen aan de Wet Bibob. De Wet Bibob is een omstreden wet die fungeert naar willekeur om iemand uit te sluiten als het bestuur onderbuikgevoelens heeft maar geen bewijzen kan vinden. Dat is precies wat sommige politici voor elkaar willen krijgen in onze democratische rechtsstaat om de vrijheid van godsdienst te ondermijnen. Als het om islam of minderheden gaat, dan is veel geoorloofd en raken we snel opgewonden.

Ik wijt deze gang van zaken aan het 'Wilders syndroom'. Dat heeft betrekking op personen die lijden aan wanen of andere obsessieve ideeën. Vergelijk het met angst voor honden want alle honden bijten omdat wel eens een kind wordt gebeten als het buiten speelt. 

In de huidige tijd waarin politici lijden aan het Wilders syndroom moeten wij ervoor waken dat grondrechten geen geweld worden aangedaan. Ze staan in de Grondwet, die grondrechten, zo fundamenteel zijn ze. Maar je hebt er eigenlijk weinig aan wegens het materiële toetsingsverbod. De rechter mag in verband met de onschendbaarheid van de wetgever alleen toetsen of de beperking van grondrechten voldoet aan de formele vereisten. De Grondwet eist voor beperkingen namelijk een wet in formele zin, dus een wet die tot stand komt door het parlement en regering gezamenlijk. 

Daarom zijn mensenrechtenverdragen heel belangrijk voor onze samenleving. De rechter toetst de beperking van grondrechten aan eenieder verbindende mensenrechtenverdragen zoals het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden. Een dergelijk verdrag eist dat een beperking van een mensenrecht noodzakelijk moet zijn in een democratische rechtsstaat en die beperking moet ook proportioneel zijn. Een burger doet er daarom goed aan om bij de rechter een beroep te doen op zowel de grondwet in verband met de formele toetsing en een beroep te doen op een eenieder verbindend mensenrechtenverdrag in verband met de materiële toetsing. 

Een veel gehoord argument is dat om die reden geen noodzaak bestaat om het toetsingsrecht aan de Grondwet te introduceren. De burger kan immers een beroep doen op mensenrechtenverdragen. 

Dat argument overtuigt niet. Men gaat eraan voorbij dat mensenrechtenverdragen een subsidiair karakter hebben. Eerst is namelijk de nationale overheid aan zet. Wanneer je tot in hoogste nationale instantie bakzeil haalt, mag je je grief laten toetsen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Binnen dat kader kent het EHRM echter beoordelingsvrijheid toe aan de lidstaten. Italië doet bijvoorbeeld veel meer met godsdienst en vindt dat geloofsuitingen op school noodzakelijk zijn. Frankrijk moet daarvan niets weten en kent de laicite, de strikte scheiding tussen kerk en staat. Zo kan het gebeuren dat Frankrijk geloofsuitingen op een openbare school niet toestaat en de burger met een beroep op schending van godsdienstvrijheid, nul op het rekest krijgt ten overstaan van het EHRM. Terwijl Italië juist diezelfde geloofsuitingen op een openbare school wel toestaat en een burger die dergelijke geloofsuitingen niet opgedrongen wil krijgen, ook nul op zijn rekest krijgt ten overstaan van het EHRM. Beide landen met tegenovergesteld beleid omtrent grondrechten krijgen dus gelijk bij het EHRM. 

Het is daarom noodzakelijk dat wij inbreuken op de Nederlandse Grondwet inhoudelijk kunnen laten toetsen aan diezelfde Grondwet. Door de huidige maatschappelijke en politieke ontwikkelingen waarin grondrechten van minderheden het steeds vaker afleggen tegen voorstellen van populistische politici die lijden aan het Wilders syndroom, kunnen wij het niet zonder meer aan ons parlement overlaten om zelf te beoordelen of wetten en voorstellen de toets van de Grondwet doorstaan.

Hiermee dien ik overigens geen motie van wantrouwen in jegens ons parlement. Integendeel, Nederland doet het nog steeds goed ten opzichte van veel andere landen. Maar wij kunnen er niet aan voorbij gaan dat de PVV de tweede partij van ons land is en invloed heeft op veel politici die zich beconcurreerd voelen en de drang voelen om ook populistischer te worden om de PVV de wind uit de zeilen te nemen. Het discriminatoire beleid van de onschendbare wetgever waarvan ik verwacht dat dat zal toenemen, eist dat een - bij voorkeur trias politica overstijgend - Constitutioneel Hof wetten, die fundamentele vrijheden van burgers inperken, gaat toetsen aan de Grondwet. Het toetsingsverbod aan de Grondwet moet zo snel mogelijk worden afgeschaft. 

 

Wilt u dat Republiek Allochtonië blijft bestaan? Waardeert u ons vrijwilligerswerk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)

Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email


Meer over grondwet, mensenrechten, minderheden, toetsingsverbod.

Delen:

Reageer