Vooral veel meldingen van discriminatie op grond van afkomst en huidskleur in regio Amsterdam

In feiten door Ewoud Butter op 22-03-2018 | 09:10

Net als eerdere jaren betrof het merendeel (38%) van de meldingen van discriminatie in de regio Amsterdam in 2017 discriminatie op grond van herkomst. Op zeer ruime afstand volgen discriminatie op grond van geslacht (5,1%), beperking (4,2%), moslimdiscriminatie (4,1%), leeftijd (3,6%), seksuele geaardheid (2,4%) en antisemitisme (1,5%).

Dat blijkt uit het jaarverslag 2017 van het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam (MDRA). Het MDRA kreeg in 2017 1036 klachten, een stijging van ruim 26% ten opzichte van 2016.

Het MDRA geeft geen verklaring voor deze toename, maar deze lijkt meer dan volledig toegeschreven te kunnen worden aan de toename van het aantal meldingen in de categorie 'godsdienst overig'. Het betreft hier meldingen van mensen die vorig jaar massaal bezwaar maakten tegen het gebruik van de naam Holi door twee zomerfestivals. Het ging om het Holi Festival of Colours in Amsterdam en Holi Fusion Festival in Eindhoven en Maastricht. Actiegroep 'Holi is geen Houseparty' had naar aanleiding hiervan mensen opgeroepen melding te doen bij het meldpunt discriminatie. Zij ervaren het als kwetsend dat de dancefeesten Holi, een van de belangrijkste feesten in het Hindoeïsme, 'cultureel hebben gekaapt'. 

Afname meldingen vanwege seksuele geaardheid en antisemitisme 

Opmerkelijk met de cijfers van vorig jaar is de afname  van het aantal meldingen vanwege seksuele geaardheid (van 169 naar 25) en het aantal meldingen van antisemitisme (van 45 naar 16). In beide gevallen was er in 2016 sprake van zogenaamde 'bulkmeldingen', meerdere meldingen over 1 incident. Zo kwamen er in 2016 veel meldingen binnen over een homofobe flyer die in Amsterdam-West werd verspreid en kwamen er veel meldingen over antisemitische en homofobe teksten van de Vrije Democratische Partij Zaanstad. 

Hieronder heb ik het aantal meldingen van de afgelopen vier jaar van het MDRA in een tabel gezet. 

 

 

Discriminatie vooral op grond van afkomst/ huidskleur

In 2017 is het aantal discriminatiemeldingen op grond van afkomst/huidskleur weer het hoogst. Op basis van deze discriminatiegrond kwamen volgens 392 meldingen binnen, waarvan 191 meldingen over anti-zwart racisme en 55 meldingen over discriminatie van ‘mensen met een Noord-Afrikaans uiterlijk’. Net als voorgaande jaren is het aandeel van het aantal meldingen van discriminatie op grond van afkomst/huidskleur in Amsterdam met grote voorsprong het grootste probleem. Dat wordt ook duidelijk uit het overzicht dat ik maakte over de afgelopen vier jaar. 

 

 

Moslimdiscriminatie

Eerder deze maand waarschuwde het MDRA tegenover AT5 voor een onderschatting van moslimdiscriminatie. Dit wordt niet onderbouwd door het aantal meldingen. Deze nemen in absolute zin licht toe en relatief iets af. Het MDRA waarschuwt in het jaarverslag wel dat er sprake is van "hardere vormen van discriminatie tegen moslims. Gerichte scheldpartijen, intimidatie of geweld in de openbare ruimte zijn daarvan voorbeelden."

Het MDRA schrijft verder:

Ook kan het MDRA uit de inhoud van de meldingen afleiden dat er overlap zit tussen discriminatie van mensen met een Noord-Afrikaans uiterlijk en moslimdiscriminatie. Deze groep mensen wordt de ene keer op hun afkomst gediscrimineerd en de andere keer op hun godsdienst. Bij afkomst/huidskleur, moslimdiscriminatie en seksuele geaardheid is het opvallend dat medeburgers in geval van discriminatiezaken in de openbare ruimte vrijwel nooit ingrijpen, handelen, de politie bellen, of iets zeggen. Dat maakt het geheel nog pijnlijker voor deze slachtoffers van discriminatie. 

Onderwijs en bevooroordeelde professionals

Het MDRA schrijft in het persbericht dat er veel meldingen zijn ontvangen over schrijnende individuele gevallen van discriminatie in het onderwijs.

Uit de klachtbehandeling van discriminatie op scholen blijkt dat te veel scholen weinig tot geen actie ondernemen als zij worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid een discriminatie-vrije school te zijn.

Ook maakt het MDRA zich zorgen over bevooroordeelde professionals:

Een zorgwekkende bevinding is het feit dat professionals die er zijn om scholieren, burgers, werkzoekenden of cliënten verder te helpen zelf last hebben van negatieve opvattingen ten opzichte van bepaalde groepen. Deze opvattingen worden (on)bewust meegedragen in het te voeren beleid en in hun dagelijks werk. Voorbeelden daarvan zijn discriminatie bij uitzendbureaus, op scholen en in de collectieve en commerciële dienstverlening.

Wanneer je professionals selecteert die dienstverlenend moeten zijn of een machtsverhouding hebben tot de ander, is het belangrijk om te onderzoeken in hoeverre iemand in staat en bereid is zijn of haar privé-opvatting, voorkeuren etc. te scheiden van het werk, dat zij immers zonder aanziens des persoons moeten doen.
 

Tot slot

Ter relativering: de cijfers over het aantal meldingen bij een discriminatiemeldpunt hebben een beperkte waarde en zeggen niet zo veel over de omvang, toename of afname van een bepaalde vorm van discriminatie. Ze vertellen alleen hoe vaak er bij een meldpunt melding is gedaan van discriminatie. Niet meer en niet minder.
De cijfers worden beinvloed door de bekendheid bij slachtoffers van de mogelijkheden om melding te maken van discriminatie, door het vertrouwen dat mensen hebben in de meldpunten, of meer in het algemeen door de aangifte- of meldingsbereidheid onder de slachtoffers van discriminatie. 

Deze aangifte- of meldingsbereidheid is al jaren erg laag voor alle vormen van discriminatie en wordt groter wanneer slachtoffers het idee hebben dat er door meldpunten en politie en justitie ook wat met hun melding wordt gedaan, maar kan ook groeien wanneer er door veel mensen in de directe omgeving melding wordt gedaan of wanneer er via (sociale) media wordt opgeroepen melding te doen. Ook een campagne om discriminatie te melden en bekendheid te geven aan anti-discriminatievoorzieningen kan leiden tot een (tijdelijke) stijging van de meldingen – wat niet hoeft te betekenen dat er ook sprake is van een werkelijke toename van discriminatie. 

Bij bestudering van de cijfers van meldpunten is het ook goed een onderscheid te maken tussen het aantal meldingen en het aantal incidenten. Zo zijn er incidenten waarvan 1 keer melding wordt gemaakt en incidenten waarvan door tientallen of honderden mensen melding ( bulkmelding) wordt gemaakt. 

 

Waardeert u ons werk? U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)


 

 


Meer over antisemitisme, discriminatie, homofobie, moslimhaat, racisme.

Delen:

Reageer