Slob versus Haga: 0-2 Knock-out?

In achtergronden door Roemer van Oordt op 21-01-2020 | 09:29

De rechtbank in Amsterdam oordeelde gisterenmiddag klip en klaar dat de ‘aanwijzing’ van minister Arie Slob (Christen Unie) om het bestuur van het Haga Lyceum in Amsterdam de laan uit te sturen in strijd is met het voor hem nu juist zo ‘heilige’ Artikel 23 van de Grondwet, de vrijheid van onderwijs. Slob gaat in hoger beroep. Onverstandig want kansloos, zeggen kenners.

Rapporten Onderwijsinspectie
Aanleiding voor deze heftige, nooit eerder doorgezette maatregel van de minister was naar eigen zeggen een rapport van de Onderwijsinspectie, waarin wordt geconcludeerd dat de directie en het bestuur de school en leerlingen schade toebrengen. Er zou sprake zijn van ‘financieel wanbeheer’ en van ‘ondermaats burgerschapsonderwijs’. Ook zouden ‘de waarden van de democratie en de rechtsstaat leerlingen niet worden bijgebracht’. Zaken waarover - zoals ik eerder schreef - in het nooit formeel naar buiten gebrachte conceptrapport uit december 2018 tegenovergestelde uitspraken worden gedaan. Soms zelfs zaken waar deze inspectie formeel niet over gaat of waarvan het bewijs flinterdun is.

Aantijgingen
De aantijgingen door de veiligheidsdiensten over ‘banden met terroristen, gewelddadig islamitisch extremisme en invloed van salafistische aanjagers’ - daar waar alle heisa rondom het Cornelius Haga Lyceum mee begon - nam de inspectie niet over. Ook de toezichthouder op de veiligheidsdiensten (CTIVD) oordeelde eerder dat de ambtsberichten van de AIVD weliswaar over de hele linie ‘rechtmatig, noodzakelijk en proportioneel’ waren, maar bestempelde de zware aantijgingen en handelingswijze van de dienst richting de school juist op die essentiële en beeldbepalende punten als onrechtmatig, onvoldoende onderbouwd of zelfs een doodzonde.

Financiën
De registeraccountant van het Haga gaf meermaals aan ‘geen financiële onrechtmatigheden’ aangetroffen te hebben. Volgens de rechtbank zijn er dan wel  ‘vier financiële onrechtmatigheden geconstateerd’, maar is dat onvoldoende grond om het hele bestuur te laten vervangen. Van financieel wanbeleid is - anders dan de minister stelt-  geen sprake. Daar komt bij dat de financiële tekortkomingen al eerder bekend waren en destijds de onderwijsinspectie geen aanleiding gaven om in te grijpen. De rechters noemde de stopzetting van de financiering dan ook zwaar geschut.

‘Salafistische aanjagers’?
Over de invloed van zogenoemde ‘salafistische aanjagers is de uitspraak ook helder. Hansje Loman van de rechtbank in Amsterdam:

De rechtbank heeft daar naar gekeken en heeft vastgesteld dat deze personen nauwelijks betrokken zijn bij het onderwijs en dat zij dat omstreden gedachtegoed – voor zover ze dat al hadden, want dat is niet bij alle personen vastgesteld - niet uitdragen op school.

Op twitter meldt Slob dat de uitspraak hem een ‘ongemakkelijk gevoel ‘geeft. Hij concludeert wel erg gemakkelijk: ‘De rechtbank constateert namelijk dat er ruimte is in deze school voor personen met een antidemocratisch en anti-integratief gedachtengoed.’

Onderwijsadvocaat Wilco Brussee zegt daarover in de NRC: ‘Wat omstreden gedachtegoed is, is lastig te definiëren. Ook voor moeilijke opvattingen moet in het onderwijs ruimte zijn, zolang ze de wet niet overschrijden….En dus moet de minister nu proberen op een goede manier zijn verlies te nemen.’

Burgerschap
De rechtbank in Amsterdam vindt ook niet dat het burgerschapsonderwijs op het Cormelius Haga Lyceum tekortschiet,  Slob denkt met de doorvoering van een nieuw wetsvoorstel voor burgerschapsonderwijs de onderwijsinsectie wel voldoende ruimte bieden om in te grijpen als de scholen daar onvoldoende aandacht aan geven. De invulling van burgerschapsvorming wordt tot nu toe eigenlijk volledig aan de scholen zelf gelaten.

Emeritus hoogleraar Onderwijsrecht Paul Zoontjens, stelt in de NRC dat het voorstel iets meer houvast biedt dan de huidige wet omdat het specifiekere eisen stelt, maar concludeert tegelijkertijd dat alleen in eer extreme gevallen kan worden ingegrepen en vraagt zich af of het Haga Lyceum daaronder zou vallen. Slobs’ hoger beroep bestempelt hij als onverstandig. Hij voorziet een tweede dreun voor de minister. Feitelijk een derde, want een eerdere zaak die alleen ging om de rechtmatigheid van het volledig stopzetten van de financiering van het Haga verloor hij ook al.

0-1
De CU-bewindsman besloot op 15 oktober de geldkraan dicht te draaien omdat het schoolbestuur niet op tijd was opgestapt en er geen interim-bestuur(der) was aangewezen. Directeur Atasoy gaf toen aan dat de statuten van de school moeten worden gewijzigd omdat daarin staat dat een bestuurder belijdend moslim moet zijn en dat was de beoogde interim-bestuurder niet. De medezeggenschapsraad had aangegeven voor een wijziging 6 weken nodig te hebben. Slob vond het een onzinargument en zette als eerste onderwijsminister het zware financieringsmiddel in. De Raad van State voorkwam dat door er op te wijzen dat de onderwijsminister zich niet aan zijn eigen beleidsregels hield. Die schrijven voor dat de bekostiging hooguit in stappen kan worden opgeschort.

Hoe verder?                                  
Directeur Söner Atasoy ziet dat de uitspraak van de rechter niet als een overwinning:

Het recht heeft gesproken, maar onze school wordt al jaren tegengewerkt door de overheid

Atasoy vindt het dom en kinderachting dat Slob weer kiest voor de rechtsgang in plaats van het gesprek. Vanuit de moslimgemeenschappen is daar al van meet af aan forse kritiek op. Tekenend is dat uit het kritische deel waar eerst om het opstappen van het bestuur werd gevraagd, dat verzoek nu wordt teruggetrokken. Aan de Amsterdamse onderwijswethouder Moorman wordt gevraag het gesprek aan te gaan en de verstoorde relatie met het Cornelius Haga Lyceum te normaliseren.



De school gaat een schadevergoeding eisen van het ministerie van Onderwijs en de gemeente Amsterdam. De rechtszaken hebben volgens advocaat Wouter Pons tonnen gekost.  De rijksfinanciering gaat na deze uitspraak gewoon door. Pons gaf dan ook aan dat de school zich nu kan concentreren op het geven van onderwijs en het afnemen van examens en dat hij verwacht dat ‘de school nu net als alle andere scholen behandeld zal worden’.

Het Haga Lyceum werkt zelf aan het rechtzetten van de fouten in het financiële beheer. Atasoy gaat er vanuit dat er geen basis meer is voor het zware toezichtregime van de Onderwijsinspectie. Daar beraadt die inspectie zich op.

Slob redt het op zijn beurt zeker niet alleen met het aanscherpen van de burgerschapseisen. Ondanks zijn volhardende reactie op twitter, zal hij naar verwachting veel meer moeten wijzigen aan Artikel 23 dan hem en zeker ook zijn achterban en die van andere (christelijke) partijen lief is om in te kunnen grijpen bij het stichten, besturen en leiden van scholen. Het hoger beroep zal hij zonder die wijzigingen niet gaan winnen. Is dit de definitieve knock-out?


Meer lezen:

over het Cornelius Haga Lyceum


Wilt u dat Republiek Allochtonië blijft bestaan? Waardeert u ons vrijwilligerswerk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)


Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email
 

 


Meer over burgerschap, cornelius haga lyceum, islamitisch, moorman, onderwijs, rechtzaak, slob.

Delen:

Reageer