Moskeeonderwijs: pedagogische aanpak is verbeterd, maar er is te weinig aansluiting bij maatschappelijke context

In achtergronden door Ewoud Butter op 21-12-2017 | 14:02

In vergelijking met het verleden is er in het moskeeonderwijs in Amsterdam-West vooruitgang geboekt als het gaat om de pedagogische en didactische aanpak. Zo wordt er volgens moskeebestuurders van lijfstraffen geen gebruik gemaakt. Toch ontbreekt het meestal aan een pedagogische visie, sluit het lesmateriaal niet aan bij de Nederlandse context en zijn maar weinig docenten pedagogisch geschoold.Die conclusies trekken onderzoekers van het Verwey Jonker instituut na een Quickscan in negen moskeescholen in Amsterdam-West.

Het onderzoek vond plaats op verzoek van de bestuurscommissie van Amsterdam-West naar aanleiding van 'zorgen over het pedagogisch klimaat'. Het stadsdeel wilde 'vanuit een positieve benadering bekijken hoe dit informele onderwijs nu is vormgegeven en hoe het aansluit bij de verschillende belevingswerelden van de kinderen.' 

Alle negen onderzochte moskeeën in Amsterdam-West werkten mee. Ze bieden allen sinds hun oprichting lessen aan kinderen aan. Het gaat voornamelijk om moskeeën met een Marokkaanse achtergrond, maar ook om moskeeën met Turkse, Surinaamse en Pakistaanse wortels. De leerlingenpopulatie bestaat daarnaast ook uit kinderen met Egyptische, Somalische, Syrische, Irakese, Nederlandse, Soedanese, Algerijnse, Afrikaanse of andere achtergronden.

Het aantal leerlingen dat deelneemt aan moskeelessen varieert per moskee. De grootste moskeeën tellen tussen de 300 en 400 leerlingen, terwijl de kleinere moskeeën tot 50 leerlingen hebben. Omdat de meeste moskeeën te maken hebben met ruimtegebrek, zijn er vaak wachtlijsten voor de lessen.

In de meeste gevallen zitten jongens en meisjes gemengd in de klas. De gemiddelde leeftijd van de leerlingen is 10 a 11 jaar, maar er is in verschillende moskeeen ook een aanbod voor jongere en oudere leerlingen. 

De onderzoekers trekken in de Quickscan onder andere de volgende conclusies:

  • Met de lessen streven de moskeeën na dat de kinderen Arabisch leren, de Koran memoriseren en islamitische normen en waarden opdoen. Bij de Turkse moskeeën behoren de Turkse taal en identiteit ook tot de doelen van de lessen. Daarnaast ziet de helft van de moskeeën in de toekomst voor zichzelf de taak om via de moskeelessen meer te fungeren als bruggenbouwer tussen de verschillende belevingswerelden van de kinderen (thuis, moskee, school, bredere samenleving).
  • Een aantal moskeebesturen legt bij het ontwikkelen van een stabiele Nederlandse islamitische identiteit de relatie met het wegnemen van de voedingsbodem van radicale gedachten bij jongeren. De gedachte is dat een duidelijke identiteit gecombineerd met een stevige basis van betrouwbare en niet radicale kennis over de islam deze jongeren weerbaarder maakt voor radicale en extreme interpretaties van het geloof. Deze ambitie is tot nu toe nog niet vertaald in de huidige lespraktijk van de moskeescholen.
  • In vergelijking met het verleden is er in het moskeeonderwijs vooruitgang geboekt als het gaat om de pedagogische en didactische aanpak. Deze is gemoderniseerd en schenkt meer aandacht aan de behoefte van de kinderen, er is meer ruimte om vragen te stellen, meer interactie tussen de leerkracht en de leerlingen, en er zijn kleinere klassen. 
  • Een pedagogische visie en beleid voor de lessen ontbreekt vaak, is niet vastgelegd of wordt nog niet in de praktijk toegepast. Moskeeën zien zelf wel het nut en de noodzaak om hier verdere stappen in te zetten. Ze wijzen daarbij ook naar de behoefte van kinderen en hun ouders die ook steeds meer aandacht vragen voor kwaliteit.
  • De moskeeën gebruiken verschillende methoden en lesmaterialen. Deze zijn veelal niet in het Nederlands en sluiten ook niet direct aan bij de Nederlandse context. De moskeeën hebben behoefte aan lesmaterialen en methoden in het Nederlands. Ook willen ze graag dat de lesmaterialen- en methoden aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen.
  • Alle moskeeën werken met vrijwillige leerkrachten. Voor de selectie hanteren zij een aantal basiscriteria, zoals het kunnen omgaan met kinderen, gevorderde kennis van het Arabisch en de Koran en het volgen van een bepaalde religieuze wetschool (afhankelijk van de moskee). Hoewel het werven van deze vrijwilligers de ene moskee gemakkelijker afgaat dan de andere, lijkt het werven van capabele vrijwilligers voor de meeste moskeeën een uitdaging te zijn.
  • Slechts een (klein) deel van de leerkrachten ia pedagogisch geschoold. Met name de Turkse moskeeën bieden vanuit de koepelorganisaties periodieke trainingen aan voor de leerkrachten.
  • Alle moskeeën geven aan informeel contact met ouders te onderhouden en ouderbijeenkomsten te organiseren.
  • Over het algemeen hebben de moskeeën over de lessen weinig contact met andere organisaties. Er is wel veel contact tussen de Turkse moskeeën die onder dezelfde koepelorganisatie vallen en dus hetzelfde lesprogramma hanteren. Echter vooral de zelfstandige moskeeën ambiëren meer samenwerking tussen de moskeescholen in Amsterdam. Daarbij denken ze bijvoorbeeld aan een gezamenlijk lesprogramma van moskeeën in de stad.
  • Moskeeën zien het nut van professionalisering en pedagogische vernieuwing. Ook zij zien de behoe e bij ouders aan meer kwaliteit. Door een deel van de moskeeën wordt gepleit voor een gezamenlijke visie op moskee-onderwijs waarbij de (verbinding tussen) de Nederlandse en islamitische identiteitsont- wikkeling van kinderen centraal staat.  
  • De capaciteiten van de moskeeën hiervoor in termen van ervaring, competenties en middelen zijn echter veelal beperkt. Dit vermindert de mogelijkheid om te komen tot concrete en diepgaander vernieuwing en professionalisering.
  • Mede op basis van de voornoemde punten kan worden geconcludeerd dat er vanuit de bestaande relaties tussen de gemeente en de moskeeën en dit onder- zoek een momentum is gecreëerd om met enkele moskeeën te werken aan pedagogische vernieuwing. 

 


Meer over islam, koranonderwijs, moskeeonderwijs, onderwijs, onderzoek, verweij jonker.

Delen:

Reageer




Reacties


Edgar van Lokven - 22/12/2017 19:01

Dat het onderzoek in opdracht van de bestuurscommissie is uitgevoerd vanuit ‘een positieve benadering’ vind ik bevreemdend; stel je voor dat wordt gesteld dat het onderzoek naar zwarte gaten in het heelal wordt uitgevoerd vanuit ‘een positieve benadering’. Wie zou dit onderzoek dan nog serieus nemen?

Wat het onderzoek werkelijk onbetrouwbaar maakt is het feit dat alleen de moskeebesturen zijn ondervraagd; niet de leerlingen en niet de ouders. Dat is hetzelfde als de verdachte van een misdrijf vragen of het misdrijf is gepleegd; als deze verklaart dat het misdrijf niet heeft plaatsgevonden dan concluderen wij dus dat het misdrijf niet heeft plaatsgevonden. Zonder het slachtoffer te spreken of de aangifte bij de politie in te zien. Ik kan dit onderzoek dan ook niet serieus nemen. Een wetenschappelijk instituut onwaardig. Ik verwacht krachtig weerwoord tegen dit ‘onderzoek’ in de deelraad van stadsdeel West. Zet em op!