Mini-demonstratie voor George Floyd

In achtergronden door Claire Schut op 28-05-2020 | 11:31

Op 26 mei berichtte de NOS dat er “opnieuw ophef” was (het zal ook niet, lijkt die ongelukkige kop te impliceren) over de dood van een zwarte man in Minneapolis (V.S.) die door een witte politieagent minutenlang met een knie in zijn nek tegen de grond werd gedrukt. Een moedige vrouw maakte er een filmpje van. Zo zijn we er allemaal getuige van hoe de zwarte man schreeuwt om lucht, daarna om zijn moeder, dan sterft. En hoe de witte politieagent stoïcijns de knie aangedrukt houdt. Bevel is bevel. Deze gruwelijke dood – op internet circuleren termen als executie, lynchpartij en moord – schokte me zo dat ik spontaan besloot om vandaag voor de Amerikaanse ambassade in Den Haag te demonsteren. Dat had meer voeten in de aarde dan ik had gedacht.

De nieuwe Amerikaanse ambassade ligt aan de Rijksstraatweg richting Wassenaar, aan een schaduwrijk weggetje dat naar een tuincentrum, Renbaan Duindigt en Park Clingendael leidt. Het is een monsterlijk bakstenen gedrocht van uniek-Haagse lelijkheid, met nauwelijks ramen of zicht op kantoren en mensen. Het is omzoomd met lappen asfalt, een megalomaan grasveld, een niet-natuurlijke waterplas dat oogt als een meer, hoge hekken en om de zoveel meter glazen ogen op palen. Je kunt er niet bij komen. Omgekeerd kunnen de Amerikanen de demonstranten nauwelijks zien. Zelfs de toegang tot de hoofdingang is van de openbare weg afgescheiden met een parkeerplaats en bordjes 'trespassing forbidden'. 

Ik parkeerde mijn auto bij het tuincentrum, zette zonnebril en pet op, slenterde met mijn demonstratie-paper ‘Black Lives Matter’ en ‘George Floyd’ in de hand richting ambassade. Vlakbij de uitgang van de parkeerplaats zat een vrouw, net als ik in het zwart gekleed. “Ha!” riep ze. “Gaat u demonstreren voor George Floyd?” Haar naam was Maaike, zei ze. We schudden virtuele corona-handen en vervolgden samen ons pad. 

“Er is ergens een plek waar je mag demonstreren”, wist Maaike. We gingen op zoek. Anders dan bij ‘hondenuitlaatplek’ stond er nergens een bord ‘demonstreren hier’. Maaike belde aan bij een politiepost op palen, maar kreeg geen gehoor. Daarop besloten we post te vatten bij de hoofdingang van de ambassade. 

De zon scheen. Er reden enkele diplomaten langs. Vanuit de portiersloge zat er iemand naar ons te loeren. Maaike maakte foto's van mij, ik maakte foto’s van haar. En daarna waren we het beu. Er gebeurde toch niets. 
We namen afscheid, ik gaf haar mijn emailadres voor de foto's en dat was dat. Maaike pakte op haar fiets en ik dacht: ‘Weet je wat, ik ga even plantjes kijken. Tegen de tijd dat ik vertrek, zijn ze in dat wachthuisje van de politie vergeten om mijn nummerbord te fotograferen.’ 

Het liep anders. Toen ik wilde wegrijden, barricadeerden twee reusachtige politiemannen de ingang van het parkeerterrein, de hand gebiedend opgeheven: stop! Ik wist gelijk: die komen voor mij. Auto moest aan de kant, raampje open, motor uit. 
“Goede middag, mevrouw. We hebben bericht gekregen dat u en een andere vrouw voor de Amerikaanse ambassade stonden. U had een papier bij u, iets met Floyd.”

“Ja”, zei ik blij. “George Floyd.” Ik wilde er nog aan toevoegen: “Die is in de V.S door een collega van u tegen de grond gedrukt tot hij stikte” maar het leek verstandiger om te zwijgen. Ze zagen er best intimiderend uit met hun stierennekken in die zwart-gele uniformen. De agent knikte. Hij had ervan gehoord. Met een allervriendelijkst gezicht vervolgde hij: “Als u met z'n tweeën bent, is het een demonstratie. Dat mag niet.”
“O nee?” zei ik verbaasd. “Waarom niet? Dat zijn toch mijn burgerrechten?” 
Hij glimlachte alsof die ‘burgerrechten’ hem op een idee brachten en zei: “U mag wel demonstreren, maar dan hadden u en die andere vrouw van tevoren toestemming moeten vragen. Dat heeft u niet gedaan.” 

“We waren niet met z’n tweeën. We hebben elkaar hier ontmoet”, zei ik. 
“O ja? “ zei de man. “Het zag eruit alsof u elkaar kenden, vriendinnen. 
“Nee hoor”, zei ik. 
Hij keek alsof hij er niets van geloofde. “Heeft u een ID bij zich?”
Dat had ik. “Ik geef u mijn rijbewijs. Dan kunt u gelijk zien dat ik mag rijden.”
“O dat geloven we wel, hoor.” Hij keek op het rijbewijs. "Bent u helemaal uit Amsterdam hier naartoe gereden, om te demonstreren?” 
Ik vond het een rare opmerking. Pas toen hij het rijbewijs teruggaf, begreep ik dat hij mijn geboorteplaats erop stond. “O dat bedoelde u.” Of hij op zijn beurt begreep wat ik daarmee bedoelde, is de vraag. Hij bleef het ook daarna alsmaar over Amsterdam hebben. 

Terwijl hij mijn ID scande, zag ik de camera's op hun borstkast. 
“Ik vind dat niet zo leuk”,  protesteerde ik. “U bent me aan het filmen, mijn ID aan het scannen. Ik kom om te demonstreren. Nu lijk ik wel een crimineel. Alle mensen die langs rijden, denken dat nu.” 
“U zult begrijpen dat de Amerikaanse ambassade voorzichtig is.”
“Voor twee ouwe bessen die tien minuten bij een enorme parkeerplaats staan? Met een stuk papier in mijn hand?”
“Zo oud bent u niet. “U had bovendien toestemming moeten vragen.”
“We hebben bij het wachthuisje van de politie aangebeld om te vragen waar we moesten gaan staan. Ze deden niet open. Nou, en toen zijn we maar bij de ingang gaan staan."

Ze knikten ten teken dat ik kon vertrekken. 

“Ik zit helemaal te shaken”,  zei ik naar waarheid, “heb een droge bek van de stress.”
Toen ik mijn waterfles pakte, floepte het demonstratie-papier uit de tas. Doe moest ook meteen op de foto: “Voor het dossier.” Het viel me mee dat ik geen vingerafdrukken hoefde te verstrekken. 

Geduldig wachtten ze totdat ik een slok water had genomen. Een van hen wees ondertussen in de richting van de Rijksstraatweg: “Als u nog eens komt demonstreren, moet u daar gaan staan.” Fijn grondrecht, als de demonstrant zo wordt weggemoffeld, ver van de ambassade en uit het zicht. Tsssss.  

“Nou, goede reis naar Amsterdam!” zei de agent die me aan de tand had gevoeld. “En vergeet uw riem niet om te doen!” 
Ze stapten opzij, een van hen hield het verkeer tegen en met hun handen in de zij keken ze me na, totdat ik bij het stoplicht rechtsaf sloeg in de richting van Den Haag. Ze zwaaiden me nog net niet uit. 

Wat een totaal andere behandeling dan die arme George Floyd zo noodlottig ten deel is gevallen. Maar ik ben dan ook niet zwart, maar wit en privileged. 

Zie ook:

Opnieuw ophef in VS om doden zwarte man door witte politieagent

Wilt u dat Republiek Allochtonië blijft bestaan? Waardeert u ons vrijwilligerswerk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)

Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email


Meer over demonstratie, George Floyd, politiegeweld.

Delen:

Reageer




Reacties


Peter Storm - 31/05/2020 23:29

“U mag wel demonstreren, maar dan hadden u en die andere vrouw van tevoren toestemming moeten vragen. Dat heeft u niet gedaan.” Een wijdverbreid misverstand, maar het klopt dus niet. Formeel moet je een demonstratie aanmelden. Maar van toestemming vragen is volgens de wet geen sprake.