Met meer veerkracht komen ook jongeren van niet-westerse komaf aan een baan

In achtergronden door Jaswina Bihari-Elahi op 23-01-2018 | 11:05

Jonge mensen van niet-westerse komaf komen niet altijd even makkelijk aan het werk. Zij hebben het gevoel gediscrimineerd te worden op de arbeidsmarkt. Toch vindt een deel van hen desondanks een baan. Versterking van hun veerkracht speelt daarin een grote rol, bijvoorbeeld van hun doorzettings- en incasseringsvermogen.

Burgers van niet-westerse komaf hebben soms het gevoel gediscrimineerd te worden op de arbeidsmarkt (Andriessen et al., 2015). Dat geldt ook voor de bewoners van de Haagse Molenwijk. Velen zijn werkloos, vooral de jongeren. Toch werken sommigen wel. Ik heb aan de hand van de levensverhalen van jongvolwassenen van niet-westerse komaf uit deze wijk in beeld gebracht wat ertoe heeft geleid dat zij een baan hebben (Elahi, 2016).

Kind van twaalf: ‘Ik voelde dat ik niet thuis hoorde op de praktijkschool’

Deze jongvolwassen Molenwijkers hebben allen laaggeschoolde ouders die eerste generatiemigranten zijn. Niemand had het vroeger breed thuis en de meesten van hen kregen op het eind van de basisschool een praktijkschool- of vmbo-advies.

Allemaal hadden ze echter het gevoel dat ze meer konden. Om dat aan te kaarten was zelfinzicht en een behoorlijke portie lef nodig. Eén kind stapte op twaalfjarige leeftijd naar zijn docent. ‘Ik voelde dat ik niet thuis hoorde op de praktijkschool. Dat ik meer kon dan wat ik daar deed. Ik ben toen naar mijn mentor gegaan en heb gezegd dat ik meer kon. Ik kreeg van hem een maand de tijd om mij te bewijzen. Na een maand mocht ik overstappen naar het vmbo. Daarna heb ik gestapeld tot ik uiteindelijk een master deed aan de Erasmus Universiteit.’

In zichzelf geloven

Een aantal van deze jongeren had weinig gemotiveerde vrienden die verslaafd waren of betrokken waren bij kleine criminaliteit. De meesten gingen niet mee in het gedrag dat zij ‘straatcultuur’ noemden. Sommigen deden dit wel, maar zagen later in dat dit niet het leven was dat zij wilden. Het geloof in zichzelf en de steun die ze daarna kregen om uit het dal te komen, leidden tot een vervolgstudie. De meesten van hen maakten gebruik van de mogelijkheid van stapelen. Ze hadden vaak nog een baan (soms wel twee) ernaast, om de vervolgopleidingen te kunnen bekostigen. Het was allemaal niet makkelijk.

In de jaren tijdens en na hun vmbo-opleiding werden de jongeren opnieuw herhaaldelijk afgewezen bij het vinden van een baan of verliepen contracten na een paar maanden en moesten ze weer op zoek naar ander werk. Om deze reden startten sommigen een eigen bedrijf, anderen begonnen aan een mbo- of hbo-vervolgopleiding. Eenmaal een baan gevonden, hebben de meesten het gevoel zich harder te moeten bewijzen dan autochtone collega’s. Ze relateren dit aan hun culturele achtergrond en de bijbehorende vooroordelen. Ze relativeren dit weg – ‘iets erover zeggen heeft toch geen zin’ of ‘het kan altijd erger’ – , al roept het soms wel frustratie op.

Sleutelwoorden: persoonlijke eigenschappen, brokers en etnisch netwerk

De beslissende persoonlijke eigenschappen die uit dit onderzoek naar voren kwamen, zijn wilskracht, zelfstandigheid, incasseringsvermogen, volhardingsvermogen, relativeringsvermogen, oplossingsgericht denken en daadkracht. Naast deze individuele eigenschappen bleek de rol van brokers (verbinders) niet onbelangrijk te zijn. Deze brokers, met name mentoren, stagebegeleiders en hulpverleners zagen hun kwaliteiten, zo vertellen de jongeren. Zonder hen zouden ze nu niet de persoon zijn die ze zijn geworden. Zij gaven de jongeren ideeën, inspiratie en bevestiging dat ze goed bezig waren en moedigden hen zo aan om zich verder professioneel te ontwikkelen. De brokers traden later vaak ook als referent op.

Gefrustreerde werkloze jongeren krijgen hulp van een coach

Gewapend met deze inzichten werd  in stadsdeel Laak een nieuwe groep werkloze jongeren geformeerd die moeilijk aan een baan kwamen. Zij waren hogelijk gefrustreerd door de vele afwijzingen bij sollicitaties. Hun incasseringsvermogen was op. Door de gemeente verplichte banen als hulpje bij de Kringloopwinkel, bij het Haags Werkbedrijf of als straatschoonmaker voelden als minderwaardig. Ze vonden het dan ook moeilijk om deze banen vol te houden.

Het lastige was dat ze geen van allen wisten wat ze wel wilden. Ook konden ze moeilijk aangeven wat hun kwaliteiten waren of welke wegen ze wilden bewandelen om hun doelen te realiseren. Een loopbaancoach hielp hen dit duidelijk te krijgen en leerde hen hoe ze hun persoonlijke eigenschappen konden verbeteren, met name het leren incasseren, relativeren, reflecteren en het ontwikkelen van positieve daadkracht. Hij vervulde voor hun de rol van broker: hij hielp hen om een baan te krijgen en om kritisch naar hun eigen handelen te kijken, hij stimuleerde hen om stappen te nemen, maar tegelijkertijd dicht bij zichzelf te blijven. Aan het einde van het traject hadden alle jongeren een baan.

Herken en verduurzaam hun veerkrachtbronnen

Zonder enige rek oftewel veerkracht komen werkloze jongeren in een neerwaartse spiraal terecht. Daarom is het van belang om hen veerkrachtig te maken. De veerkrachtbronnen zijn de genoemde persoonlijke eigenschappen, het etnisch netwerk, de brokers, zicht op de eigen kwaliteiten en een duidelijk toekomstperspectief. Wanneer dat laatste verdwijnt, dan lijkt ook de veerkracht te slinken. Het is cruciaal voor jongere werklozen dat hun veerkrachtbronnen worden herkend, opgebouwd, hersteld en verduurzaamd. De ondersteunende professionals moeten de ruimte krijgen, dan wel nemen, om bij te dragen aan de ontwikkeling van veerkracht.

Jaswina Bihari-Elahi is docent-onderzoeker aan de Haagse Hogeschool binnen de faculteit Sociaal werk en Educatie en het lectoraat Grootstedelijke Ontwikkelingen. Dit stuk verscheen eerder op de site voor socialevraagstukken.nl en is in overleg met de auteur ook op Republiek Allochtonië geplaatst

Referenties

Andriessen, I., B. van der Endt, M. van der Linden, G. Dekker (2015). Op afkomst afgewezen. Onderzoek naar discriminatie op de Haagse arbeidsmarkt. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Elahi, J. (2016). Veerkracht aan het werk. In: J. Elahi & R. Duiveman (red.), Nieuwe Perspectieven op Laak. Een voortgangsrapportage. Platform Kwaliteit van Leven, Mens en Technologie. Haagse Hogeschool, 15 – 26.

Klaver, J., J.W.M. Mevissen & A.W.M. Odé. (2005). Etnische minderheden op de arbeidsmarkt. Beelden en feiten, belemmeringen en oplossingen. Amsterdam: Regioplan Beleidsonderzoek. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Otten, S. & K.I. van der Zee (2011). Experiencing exclusion and disadvantage at work. In S. Otten, & K. I. Van der Zee (Eds.), Werkt diversiteit? inclusie en exclusie op de werkvloer. [Uitsluiting en benadeling op de werkvloer ]. Groningen: Instituut ISW.

Foto: Pixabay


Meer over arbeidsmarkt, discriminatie, onderzoek, werkloosheid.

Delen:

Reageer