Liefde voor de profeet en het Turkse vaderland

In achtergronden door Froukje Santing op 03-02-2011 | 08:11

Tekst: Froukje Santing

De vijf onderzoekers - drie Nederlanders en twee Turken - van het recent verschenen rapport ‘Diyanet. The Turkisch Directorate for Religious Affairs in a changing environment’ claimen dat er geen oorzakelijk verband bestaat tussen het aan de macht komen van de religieus geïnspireerde AK-partij in 2003 in Turkije en de veranderende werkwijze van Diyanet. Ze nemen een vermaatschappelijking van taken waar bij het machtige Turkse directoraat voor godsdienstzaken. Ontwikkelingen die ook in de moskeeën van Diyanet in Nederland zijn te merken.

Diyanet maakt een ontwikkeling door van een religieus-georiënteerd staatsapparaat naar een overheidsorganisatie die ook steeds meer de nadruk legt op de sociale functies van de islam. Maar dat gebeurd niet op initiatief van de AK-partij, menen de onderzoekers. Het is het gevolg van de islamisering in de afgelopen drie decennia van de Turkse samenleving.

Goed en wel: maar is het feitelijk niet evenzeer zo dat de AK-partij door die vermaatschappelijking de organisatiestructuur en werkwijze van Diyanet niet behoeft aan te passen om toch te kunnen bewerkstelligen wat ze voorstaat als politieke partij: het opeisen van een grotere rol voor de islam in het openbare leven dat gepaard gaat met een conservatieve levensstijl.

De vermaatschappelijking geldt niet alleen voor Diyanet in Turkije, maar ook daarbuiten. Bijvoorbeeld in de 142 moskeeën in Nederland die onder de Islamitische Stichting Nederland (ISN), de vertegenwoordiger van Diyanet, ressorteren. Deze moskeeën maken gebruik van imams die in Turkije zijn opgeleid en die in dienst zijn van Diyanet.

Het directoraat, met ruim 83.000 mensen in dienst die ondermeer circa 80.000 moskeeën bedienen,  heeft al vanaf de oprichting van de Turkse republiek in 1923 drie rollen: controle instrument , service instituut en soennitische autoriteit. Controle in de zin dat alleen door de staat opgeleide imams, andere islamitische geestelijken en academici voor Diyanet mogen werken. Met service wordt gedoeld op het feit dat het directoraat er zorg voor draagt dat soenni-moslims in Turkije en in landen met een omvangrijke Turkse minderheid hun geloof kunnen belijden en uitdragen. En een soennitische autoriteit in de zin dat het leergezag in handen van Diyanet ligt. Het kondigt bijvoorbeeld fatwa’s, religieuze adviezen, af en neemt meer en meer het voortouw in theologische discussies met betrekking tot de vraag hoe de islam zich moet verhouden tot de moderne samenleving.

De strikte controle op alles wat met de islam te maken heeft is een erfenis van de grondlegger van de Turkse republiek, Atatürk. Een deel van de Turkse bevolking is van mening dat die controle onverminderd moet blijven bestaan. Zij vrezen dat de AK-partij, die over een meerderheid in het Turkse parlement beschikt, de Turkse samenleving (verder) wil islamiseren. Een ander deel van de bevolking is van mening dat er veel meer godsdienstvrijheid in Turkije moet zijn. Controle via wetgeving en via een instituut als Diyanet is niet meer van deze tijd, claimen zij.

Ook de Turkse gemeenschap in Nederland mengde zich onlangs in die discussie. Een op dit weblog gepubliceerd manifest benadrukt dat de integratie van tweede-generatie Turken in Nederland mede stokt door de lange arm van Ankara op religieus gebied. Een citaat uit het manifest:  “De Turkse overheid en Turkse religieuze organisaties houden via de moskeeën grip op het leven van Turken in Nederland. Ook religieuze en politieke tegenstellingen in Turkije blijven daardoor in Nederland actueel. Op de jongeren wordt een beroep gedaan op hun loyaliteit aan de ‘gemeenschap’ waardoor de onderlinge afhankelijkheid toeneemt en er minder ruimte is voor individuele keuzes en ontplooiing.”

Die ongerustheid is volgens mij deels terecht. Twee redenen: 1. de liefde voor de profeet gaat hand in hand bij Diyanet met de liefde voor het Turkse vaderland en de Turkse staat. De zeg maar typisch traditionele Turkse relatie tussen religie en nationalisme. 2. Het Diyanet-model dat uitgaat van slechts de soenni-islam als enige ware vorm van islam is volgens mij niet te verenigen met het Nederlandse model van een staat die verscheidenheid van religie (en van islambeleving) mogelijk maakt?

Thijl Sunier, hoogleraar aan de VU en een van de samenstellers van het onderzoeksrapport, antwoordde eind vorige week in een debat over het rapport in De Balie in Amsterdam dat het te gemakkelijk is om te stellen dat integratie alleen mogelijk is als de Turken in Nederland hun banden met Ankara verbreken. Dat is zeker waar, maar het is niet de kern van wat als probleem wordt ervaren. Individualisering van de beleving van religie vraagt dat elke gelovige de mogelijkheid heeft om zelf te kiezen aan wie hij of zij religieus gezag verleent, omgeacht de nationaliteit van die religieuze autoriteit.
 
 ‘Diyanet, the Turkish Directorate for Religious Affairs in a changing environment’ werd uitgevoerd in het kader van het onderzoeksprogramma “Versterking kennis van en dialoog met de islamitisch/Arabische wereld”, kortweg Islam-onderzoeksprogramma (IRP)

Links:

het recent verschenen rapport ‘Diyanet. The Turkisch Directorate for Religious Affairs in a changing environment’  

Het manifest van Turkse professionals

Turken in Nederland, de feiten

Zie ook het artikel over Diyanet op Doorbraak

Froukje Santing is journalist. Dit artikel is ook verschenen op haar eigen blog. Eerdere bijdragen van Froukje Santing op Republiek Allochtonië vindt u hier

 


Meer over diyanet, froukje santing, onderzoek, turken, turkije, turkse nederlanders.

Delen:

Reageer