LHBT-Vluchtelingen in Nederland

In achtergronden door Studenten Filosofie en de politieke actualiteit: de “vluchtelingencrisis”  op 13-05-2018 | 12:02

Door Laura Keulartz, Justin Klinkenberg en Max Verzantvoort


LHBT-Vluchtelingen in Nederland ervaren een aantal structurele problemen binnen de asielprocedure en in AZC’s. In dit artikel bespreken wij vier problemen binnen de asielprocedure: de discretievereiste en de vereiste van strafbaarstelling, te laat uit de kast komen en geloofwaardigheidskwesties. Daarnaast besprken wij de onveiligheid en het isoloment ven deze groep vluchtelingen binnen AZC’s.

Discretievereiste en strafbaarstelling

In ‘De draaideurkast’ bespreken Thomas Spijkerboer en Sabine Jansen twee problemen met de asielprocedure voor vluchtelingen op basis van seksuele geaardheid en genderidentiteit. Het eerste probleem dat ze in dit artikel bespreken is het discretievereiste. Dit vereiste komt er op neer dat de vluchteling geacht wordt terug te gaan als hij of zij in het land van herkomst de geaardheid of genderidentiteit kan verbergen. Officieel is dit niet de bedoeling, maar in de praktijk komt dit nog wel voor. Voorbeeld is een vrouw uit Sierra Leone die jarenlang een geheime relatie met een andere vrouw had. Van haar wordt gezegd dat ze zonder ‘zonder problemen’ een relatie had. (p. 321) De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt wel (in overeenstemming met artikel 8 van het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens) dat een minimaal vereiste bij het afwijzen van een asielaanvraag is dat de vluchteling in land van herkomst een ‘betekenisvolle invulling’ kan geven aan de seksuele geaardheid of genderidentiteit. (p. 321) Hieraan wordt blijkbaar aan voldaan als iemand geen ‘absoluut geheim’ leven hoeft te leiden. Zolang de vluchteling een relatie aan kan gaan, leeft hij of zij niet absoluut in de kast. Zo lijkt de afdeling dus te zeggen dat dit genoeg is om betekenisvolle invulling te geven aan de seksuele geaardheid. Dit is een erg minimale opvatting van wat betekenisvolle invulling inhoudt, want de vluchteling moet dus verder zijn relatie en geaardheid zijn leven lang verbergen, zelfs voor zijn beste vrienden en meest hechte familieleden. Volgens Spijkerboer en Jansen moet iemand in zijn land van herkomst net zo openlijk kunnen leven als heteroseksuele mensen. Ze wijzen ook op het beleid bij politieke of religieuze vluchtelingen: van hen vragen wij ook niet dat zij terug gaan en hun opvattingen voor iedereen en voor altijd verbergen. (p. 323) 

            Het tweede probleem dat Jansen en Spijkerboer bespreken in ‘De draaideurkast’ is dat strafbaarstelling van bijvoorbeeld homoseksualiteit in het land van herkomst volgens Nederlands beleid niet genoeg reden is om asiel te verlenen aan LHBT asielzoekers. Homoseksualiteit is strafbaar in 79 landen en in 13 landen kun je er de doodstraf voor krijgen. Strafbaarstelling kan op zichzelf al een constante angst, bezorgdheid en het gevoel van minderwaardigheid opleveren. Daarnaast is de kans dat er homofobie heerst in de landen waar homoseksualiteit of homoseksuele handelingen strafbaar zijn. Mensen met een andere seksuele geaardheid of genderidentiteit kunnen in ieder geval geen bescherming verwachten van staat en politie tegen bijvoorbeeld geweld van medeburgers. Toch moet de asielzoeker volgens Nederlands beleid een concrete vrees voor strafvervolging aannemelijk maken. (p. 327) 

Te laat uit de kast en geloofwaardigheid

In ‘Say it loud - en vlug een beetje’ gaan Spijkerboer en Jansen in op nog twee twee problemen die LHBT-asielzoekers hebben bij de asielprocedure. Ten eerste de problemen die zij ervaren wanneer ze pas bij een tweede asielaanvraag melding maken van hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit en ten tweede geloofwaardigheidskwesties in LHBT-zaken.

Spijkerboer en Jansen geven in dit stuk tal van voorbeelden uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak waarbij nieuwe verklaringen in tweede asielprocedure niet worden meegenomen in de rechterlijke beoordeling (p. 456). Ze wijzen erop dat Nederland het enige land is in de Europa dat zo formeel een ne bis in idem-beginsel toepast op LHBT-zaken (p. 457). Nieuwe asielaanvragen op basis van LHBT-gronden worden structureel niet inhoudelijk behandeld (p. 458). In vele gevallen waar het duidelijk dat het om nova gaat, beoordeeld de Afdeling toch het tegendeel. Zo was er een zaak waarin een Somalische man bekende altijd al naar mannen te hebben gekeken, maar dat hij zijn seksuele voorkeur pas als zodanig had willen benoemen nadat hij enkele jaren in Nederland had verbleven. De Afdeling oordeelde dat de man altijd al bewust was geweest van zijn seksuele geaardheid en die als zodanig in de eerste asielprocedure had moeten benoemen [1] Dit is een van de vele voorbeelden waarbij de afdeling redenen negeert waarbij de asielaanvrager om specifieke redenen geen gewag kon maken van zijn seksuele geaardheid of genderidentiteit (p. 457). Spijkerboer en Jansen noemen een aantal redenen die specifiek zijn aan LHBT-asielzoekers waardoor zij dit mogelijk niet doen: zich niet bewust zijn van
seksuele identiteit, schaamte, angst voor geweld van bijvoorbeeld
andere asielzoekers als de seksuele identiteit uitlekt (p. 458). 

Een ander probleem waar LHBT-asielzoekers tegenaan lopen is dat van geloofwaardigheid. Toetsing op stereotypen gebeurd veelvuldig om de geloofwaardigheid te toetsen (p. 459). Hierbij wordt verondersteld dat asielzoekers onder andere kennis zouden moeten hebben van: LHBT gerelateerde wetgeving of ondergrondse LHBT-organisaties uit het land van herkomst en LHBT-symboliek zoals de regenboogvlag (p. 459). Zo vond het IND het in een zaak ongeloofwaardig dat een Iraanse man had gesteld dat in zijn land van herkomst homoseksualiteit strafbaar is, terwijl alleen homoseksuele handelingen dat daar zijn omdat Iran tussen de twee het pauselijke onderscheid aanhoudt[2].

Onveiligheid en isolement

Volgens een artikel in de Volkskrant van 11 juni 2016 is het in asielzoekerscentra in Nederland niet veilig voor homoseksuele en transgender asielzoekers. De asielzoekers met een andere geaardheid worden gepest, bedreigd en gediscrimineerd. Het COC meldt dat er tussen oktober 2015 en juni 2016 32 LHBT-vluchtelingen ernstig zijn bedreigd. Een aantal organisaties roept op tot aparte opvang van bedreigde LHBT-vluchtelingen maar de politiek wil hier vooralsnog niet aan meewerken. Klaas Dijkhof, toenmalig staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, van de VVD is tegen een aparte opvang van vluchtelingen omdat hij vindt dat de daders van deze bedreigingen moeten worden aangepakt en aparte opvang de slachtoffers zou isoleren. Ook de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb van de PvdA denk hier zo over. Volgens hen is het een principekwestie; eenieder die in Nederland verblijft wordt beschermd door de wet en als een wet wordt overtreden moet men aangifte doen. In de praktijk is het echter niet zo makkelijk voor LHBT-vluchtelingen om de stap naar de politie te maken. De vluchtelingen hebben vaak door hun achtergrond weinig vertrouwen in autoriteiten en daarnaast zijn zij bang dat als ze aangifte doen de bedreigingen alleen maar erger worden. 

Om de veiligheid van de vluchtelingen te garanderen is aparte opvang noodzakelijk. Klaas Dijkhof’s argument dat vluchtelingen dan verder in een isolement komen is onzin want je onveilig voelen is een veel groter isolement dan in veiligheid zijn met lotgenoten om je heen. Een gevoel van isolement onder vluchtelingen is sowieso een bekend fenomeen. Er zijn in Nederland een aantal organisaties die zich specifiek richten tot de LHBT-vluchteling. Zo is er het project Cocktail van het COC waarbij Nederlandse LHBT’s die zich opgeven worden gelinkt aan een LHBT-vluchteling en er een-op-een activiteiten worden georganiseerd om de vluchtelingen in contact te laten komen met de maatschappij. 

Je opgeven kan via https://www.coc.nl/informatie-over-cocktail-maatjesproject

Veel vluchtelingen zijn geïsoleerd omdat ze het zich simpelweg niet kunnen veroorloven om te reizen. Trein-, bus- of tramkaartjes zijn te duur en om die reden komen asielzoekers moeilijk weg van het AZC en dus ook niet in contact met de maatschappij. Het project Queer Welfare zamelt geld in om de reis van LHBT-vluchtelingen te vergoeden om hen zo meer bij de maatschappij te betrekken. Meer lezen of steunen? Ga dan naar https://welfare9.webnode.nl/

 

Bibliografie:

Spijkerboer, T. P., & Jansen, S. (2012). De draaideurkast. Homoseksuele en transgender asielzoekers, discretie en strafbaarstelling.

Spijkerboer, T. P., & Jansen, S. (2012). Say it loud–en vlug een beetje. Homseksuele en transgender asielzoekers, laat uit de kast komen en geloofwaardigheid.

Groen, Janny. “Homoseksuelen en transgenders krijgen vertrouwenspersoon in azc” uit De Volkskrant van 11 juni 2016.


Noten

[1]ABRvS 14 april 2006, 200601113/1, ve06000557. Zie ook Sabine Jansen, Op de vlucht voor homohaat, over discriminatie en discretie, Nieuwsbrief Asielen Vluchtelingenrecht 2006, nr. 3, p. 145-146. 

[2]Vernietigd in Rb. ’s-Gravenhage zp Haarlem 6 Juli 2009, Awb 08/41885, Rb. ’s-Gravenhage zp Haarlem, 12 juli 2010, Awb 09/38194; Rb. ’s-Gravenhage zp Haarlem, 8 december 2009, Awb 08/40650, ABRvS 13 januari 2012, 201000243/1/V3, JV 2012/118, noot Spijkerboer; Rb. ’s-Gravenhage 11 december 2009, LJN: BK7528


Dit artikel is als groepsopdracht geschreven in het kader van het vak Filosofie en de politieke actualiteit: de “vluchtelingencrisis”  op de Universiteit van Amsterdam. 

Foto: Danilo Urbina


Waardeert u ons werk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)

Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email


Meer over lhbt, vluchtelingen.

Delen:

Reageer