Indisch herdenken

In achtergronden door Yvette Kopijn op 21-08-2018 | 14:47

Vorige week had ik de eer om Lien de Scheemaker (Batavia, 1933) te vergezellen tijdens de jaarlijkse Indië herdenking in Amstelveen. Lien, Indisch kind van een Balinese moeder en een Belgische vader, is een van de vertellers uit mijn boek Antara Nusa: Levensverhalen van ouderen uit Indië/Indonesië waarin ik tien van de vaste bezoekers van de soosmiddagen van Nusantara Amsterdam aan het woord laat.

Lien bracht vanwege haar Indonesische moeder de Japanse bezetting van Voormalig Nederlands-Indië buiten de Japanse interneringskampen door. Geraakt en geroerd luisterde ik opnieuw naar haar bewogen verhaal. In het boek Antara Nusa herinnert zij zich 15 augustus 1945 als volgt:

'Het is gek, maar ik herinner me niets van de dag dat de Japanners zich overgaven. Het zei me vrij weinig allemaal. De strijd ging gewoon door, al waren de kaarten anders geschud [...] De Jap was niet langer onze vijand, maar degene die ons moest beschermen tegen het geweld van de pemoeda's [Indonesische onafhankelijkheidsstrijders]. Ondertussen liep ik rond met een dikke buik van het hongeroedeem en een gehavend gebit. Naar school gaan was er nog steeds niet bij, daarvoor was het veel te gevaarlijk op straat. Pas na 1948 kon ik weer naar school.' 

Elke jaar staan we op 15 augustus stil bij de slachtoffers die vielen tijdens de Japanse bezetting van Voormalig Nederlands-Indië (8 december 1941 - 15 augustus 1945). Op de website van Nationale Indië Herdenking valt te lezen:

"Op 15 augustus 1945 kwam er met de capitulatie van Japan een officieel einde aan de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden. Jaarlijks herdenkt Nederland alle slachtoffers van de Japanse bezetting".

Het verhaal dat Lien vorige week met ons deelde toont evenwel aan dat met name voor de gemengde Indische groep de oorlog geenszins ten einde kwam op 15 augustus, maar overging in twee andere perioden van ontbering en geweld. Op de Japanse capitulatie volgde op 17 augustus 1945 het eenzijdig uitroepen van de Indonesische onafhankelijkheid door Soekarno, waarna de Bersiap aanbrak: een periode waarin Indonesische pemoeda's [Indonesische vrijheidsstrijders] streden voor een onafhankelijkheid en zogenaamde rampokkers [bendes criminele jongeren] hun woede en frustratie af reageerden op een ieder die Nederlands was of Nederlands gezind.

Aangezien de meeste totoks [witte Nederlanders] op dat moment nog in de kampen zaten, richtte de agressie en het geweld zich op de gemengde Indische groep die buiten de kampen was gebleven. Voor Lien, maar ook voor mijn eigen Indische oma, vader en tantes een angstige periode, waarin ze te maken kregen met of getuige waren van intimidatie, geweldplegingen en moordpartijen. Lien herinnert zich:

Voor de ogen van mijn broer Dee werd zijn beste vriend Wally door een Pemoeda met een bamboe roetjing [bamboespeer] in zijn maag gestoken en in de rivier gegooid, waarna hij door het water meegesleurd naar zee. Ik zat verscholen achter mijn broer en zag het allemaal gebeuren - ook hoe mijn broer opsprong om erachteraan te springen. Het is een geluk dat de pemoeda's hem tegenhielden, anders was hij ook verdronken die dag. 

In mijn boek Antara Nusa probeer ik een meerstemmig (Indisch, Moluks en Indonesisch) perspectief te geven op de Japanse bezetting en de Bersiap en dekolonisatieoorlog die daarop volgden. Voor Indische families als die van Lien en van mijzelf hield de oorlog op 15 augustus 1945 niet op, maar zette deze zich voort tot eind 1949, toen Nederland de soevereiniteit van Indonesië uiteindelijk overdroeg aan de Indonesische regering. Daarop volgde een periode van politieke onrust, waarin Indische burgers steeds vaker te maken kregen met intimidatie, agressie en discriminatie op de arbeidsmarkt. Uiteindelijk zou een ieder die koos voor de Nederlandse nationaliteit het land moeten verlaten.

Lien kwam in 1951 in Nederland aan, mijn vader en tante in 1953, gevolgd door mijn grootouders en jongere tantes in 1955. Tussen 1945 en 1965 zouden naar schatting 300.000 mensen de oversteek naar Nederland maken - getraumatiseerd, berooid en ontheemd. In Nederland vonden ze geen luisterend oor voor hun verhalen en herinneringen, simpelweg omdat hun herinneringen aan kolonialisme, oorlog en dekolonisatie niet in het geïdealiseerde zelfbeeld van een onschuldige natie - zo merkte de historicus Geert Mak ook op tijdens de uitgesproken toespraak tijdens de Nationale Indië herdenking.

Op 15 augustus herdenk ik niet alleen de slachtoffers die vielen tijdens en na de Japanse bezetting, maar ook diegenen die deze periode overleefden. Ik denk aan wat Lien en haar familie, en ook mijn eigen Indische oma, vader en tantes moesten doorstaan. Aan de trauma's die zij daaraan overhielden en hoe deze doorwerken in volgende generaties. Maar ook aan de veerkracht en levenskunst die zij aan de dag legden om ondanks trauma, ontworteling en verlies een nieuw bestaan op te bouwen in Nederland en een goede toekomst te bereiden voor ons kinderen en kleinkinderen. Ik ben blij en dankbaar dat ik die veerkracht en levenskunst tot mijn culturele bagage mag rekenen. Gebogen, maar nimmer gebroken zijn wij gekomen tot waar we nu zijn. En daar mogen we trots op zijn! Bedankt Lien voor het delen van uw ervaringen. Het maakt van ons allen een beter, heler mens.

Dit stuk verscheen eerder op de Linkedin pagina van Yvette Kopijn
Het boek Antara Nusa. Levensverhalen van ouderen uit Indië/Indonesië (LM Publishers 2018) is verkrijgbaar via de boekhandel of via de LM Publishers: https://lmpublishers.nl/catalogus/antara-nusa/. Meer informatie? Stuur een mail naar yvette.kopijn@gmail.com 

 

Wilt u dat Republiek Allochtonië blijft bestaan? Waardeert u ons vrijwilligerswerk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)

Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email


Meer over herdenken, Indonesie.

Delen:

Reageer