Hoe zit het nu eigenlijk met de groei van islamitisch onderwijs?

In achtergronden door Roemer van Oordt en Ewoud Butter op 13-12-2019 | 09:40

Het aantal leerlingen op islamitische basisscholen zit het laatste decennium in de lift. Diverse media noemen dat opvallend. Zo ligt het islamitisch onderwijs aan de hand van incidenten en conflicten regelmatig onder vuur en neemt vooral daardoor de politieke en publieke roep om wijziging of afschaffing van artikel 23 van de Grondwet flink toe. Geen reclame zou je zeggen. Wat speelt er nu eigenlijk allemaal?

Basisscholen
Islamitisch onderwijs is in opmars, dat wil zeggen, er komen geleidelijk aan meer islamitische basisscholen en het aantal leerlingen op die scholen stijgt. In de periode 2014-2019 werden van de 17 aanvragen voor scholen voor primair onderwijs op islamitische grondslag er 15 gehonoreerd. Soms na fors politiek verzet. In de gemeente Westland wordt momenteel door een meerderheid van lokale partijen alles uit de kast gehaald om de komst van de islamitische basisschool van scholenvereniging Yunus Emre tegen te houden. Er zou voor de school geen draagvlak zijn onder de bevolking. De gemeente probeert een besluit te traineren in afwachting van nieuwe wetgeving, waarin de richting niet langer een bepalende factor is bij de stichting van nieuwe scholen. Zij verwachten daarmee de komst van zo'n school te kunnen voorkomen. Ondanks dat eesrst de rechter en daarna schoorvoetend ook de minister aangaven dat de school echt aan alle voorwaarden voldoet, richtten zij zich tot de Raad van State in Den Haag. Afgelopen maandag diende de zaak; over 6 weken weten we meer.

Voortgezet onderwijs
Heel anders liggen de kaarten bij islamitisch voortgezet onderwijs. Dat is vooralsnog alleen in Rotterdam en Amsterdam voorhanden. In de hoofdstad is het Cornelius Haga Lyceum zoals bekend in een fors juridisch gevecht verwikkeld met onderwijsminister Slob. Aanleiding daarvoor zijn twee zwaar belastende ambtsberichten van de AIVD over (financiële) banden met terroristen, invloed in en buiten schooltijd van ‘salafistische aanjagers’, een deels antidemocratisch curriculum en structurele ‘zelfverrijking’ van de leiding. Door toezichthouder CTIVD werden al deze aantijgingen onlangs in nuancerend perspectief geplaatst, maar ze vormden wel de basis voor een negatief rapport van de Onderwijsinspectie wat op zijn beurt weer leidde tot een nooit eerder gebruikte ‘aanwijzing’ van de minister. Over het Rotterdamse islamitische Avicenna college lezen en horen we in de media na de opening niets meer, wat ongetwijfeld betekent dat het daar allemaal prima gaat. Een verademing na de problemen rondom Avicenna’s voorganger, de islamitische scholengemeenschap Ibn Ghaldoun.

De cijfers
In de Volkskrant wordt gesproken over een toename van 60% van het aantal leerlingen op islamitische basisscholen: van 9000 in 2008 tot 15000 in 2018. Wij hebben op grond van de cijfers op de website van DUO twee andere jaartallen vergeleken: 2010 en de voorlopige cijfers over 2019. Deze cijfers leveren opvallend genoeg bijna dezelfde aantallen op. In 2010 stonden er 9.132 leerlingen ingeschreven op een islamitische basisschool. In het lopende schooljaar zijn dit er 15.078. Deze 15.000 leerlingen vormen 1% van het totaal aantal kinderen dat in Nederland een basisschool bezoekt. Grofweg 1 op de 8 kinderen met een moslimachtergrond gaat naar een islamitische basisschool.

Volgens het CBS ging in Nederland in het afgelopen schooljaar (2018-2019) 29% van de kinderen in het primair onderwijs naar het openbaar onderwijs en 71% naar het bijzonder onderwijs. In deze laatste groep vormen leerlingen van de katholieke (33% van het totaal) en protestants-christelijke basisscholen (27%) de grootste groepen.

De 15.000 leerlingen aan islamitische basisscholen vormen een onderdeel van de groep ‘overig bijzonder’. Hiertoe behoren bijvoorbeeld ook de ruim 16.000 leerlingen op een antroposofische school (vrije school), de 17.000 leerlingen op een gereformeerd vrijgemaakte school en de bijna 40.000 leerlingen op een reformatorische school.

Scholen
Het aantal islamitische scholen in het primair onderwijs is in de periode 2010-2019 met 12 toegenomen. In 2010 waren dat er volgens de cijfers van DUO 42 en nu 54; samen 0,9% van de ruim 6200 basisscholen in ons land.

Spreiding
De islamitische basisscholen zijn gevestigd in acht provincies. In Groningen, Friesland, Drenthe en Zeeland zijn nog geen islamitische basisscholen. Meer dan de helft (28) van de 54 islamitische basisscholen bevinden zich in de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland. In beide provincies zijn 14 islamitische basisscholen gevestigd, daarna volgt Noord-Brabant met 8 islamitische basisscholen.

In de provincie Zuid-Holland volgen de meeste leerlingen onderwijs op een islamitische basisschool. Bijna 35% van het totaal aantal islamitische leerlingen op een basisschool zit op een school in Zuid-Holland. Amsterdam is de stad waar de meeste leerlingen naar een islamitische basisschool gaan. In totaal herbergen de 8 islamitische basisscholen in Amsterdam 2936 leerlingen. Op ruime afstand volgen Den Haag (3 scholen met in totaal 1500 leerlingen), Rotterdam (4 scholen, 1430 leerlingen) en Schiedam (2 scholen, 886 leerlingen). De Yunus Emre basisschool in Den Haag is met 980 leerlingen de grootste school voor primair onderwijs van Nederland. De Al-Islaah basisschool in Harderwijk heeft met 65 kinderen het minste aantal leerlingen.

Zo'n 80 procent van alle islamitische basisscholen is aangesloten bij de landelijke koepelorganisatie ISBO (Islamitische Scholen Besturen Organisatie). Hun eigen cijfers over de aantallen komen iets hoger uit en wijken op onderdelen af van die van DUO. Na vergelijking van de data komt dat hoofdzakelijk omdat er nog een aantal scholen op staan die net zijn gesloten of geopend en er een aantal regionale scholenkoepels meer filialen hebben dan DUO laat zien. ISBO geeft overigens naast die van de eigen scholen ook een overzicht van de gegevens van scholen die niet bij de organisatie zijn aangesloten. 

Het hoe en waarom....
Vanwaar deze stijging? Los van de demografische cijfers - het aantal moslims neemt in Nederland verhoudingsgewijs toe - heeft dat vooral te maken met de kwaliteit. Islamitische scholen in Nederland hebben hun achterstand voor een belangrijk deel ingelopen na een succesvolle kwaliteitscampagne. Deze campagne werd gestart door de ISBO, na een vernietigend rapport van de Onderwijsinspectie eind 2008. Hierin was niet alleen kritiek op de kwaliteit van het onderwijs, maar ook op de handelwijze van de schoolbesturen die bijna allemaal rommelden met de regels. In maart 2011 scoorde één vijfde van de islamitische basisscholen nog zwak en 7,5 procent zelfs zeer zwak. In 2012 werd er nog maar één islamitische school als zwak aangemerkt.

De beoordelingen van de onderwijsinspectie zijn sindsdien (zeer) positief en islamitische basisscholen scoren de afgelopen 5 jaar de hoogste schoolresultaten op de eindtoets. Bij de vaststelling daarvan is aan de hand van een nieuwe methode rekening gehouden met de samenstelling van de leerlingenpopulatie op scholen. In de score zijn bijvoorbeeld ongunstige factoren in de thuissituatie, zoals schuldenproblematiek, laag opleidingsniveau en herkomst van ouders meegenomen. Onderwijssocioloog Jaap Dronkers van de Universiteit van Maastricht bevestigde dat beeld al in 2015: ‘Islamitische scholen doen het over het algemeen beter dan openbare scholen met dezelfde lage sociaaleconomische samenstelling.’  

De kwaliteitsverbetering heeft volgens een belangrijke aanjager van dat proces, voormalig ISBO-directeur Yusuf Altuntas, onder andere te maken met een toename aan professionele bestuurders voor de dagelijkse leiding en aan capabele en toegeruste  leerkrachten. In de Volkskrant wordt die stelling beaamt door religiewetenschapper en onderwijskundige Cok Bakker, verbonden aan de Universiteit Utrecht.

In een gesprek met Republiek Allochtonië vult Yusuf Altuntas aan:

Ale financiële middelen die er zijn gaan bij ons direct het klaslokaal in. We werken niet vanuit dure stichtingskantoren en houden andere overhead zo laag mogelijk. Daardoor zijn wij in staat om bij elke school te werken met meerdere onderwijsassistenten of andere ondersteuning. Juffen en meesters kunnen daardoor maximaal investeren in het onderwijs van de kinderen, met ruimte voor individuele aandacht. Dat komt de kwaliteit ten goede. Ouders zien en merken dat. Zij zijn dan zelf ook eerder bereid een actieve rol op zich te nemen. Het wordt een gezamenlijk project

De toenemende populariteit van islamitische basisscholen heeft zeker ook te maken met het politieke klimaat en de beeldvorming over de islam in Nederland. Simpel samengevat komt het erop neer dat negatieve aandacht voor dat deel van hun identiteit voor een flink deel van moslims in Nederland tot gevolg heeft gehad dat de rol van de islam in hun leven aan betekenis wint. 

Altuntas:

In een polariserende samenleving groeit de behoefte van ouders om hun kinderen naar scholen te sturen waar ze zichzelf kunnen zijn. Het islamitisch onderwijs is een plek waar leerlingen niet hoeven uit te leggen dat ze een hoofddoek dragen of vrij willen zijn met islamitische feestdagen. Ouders zien graag dat de kinderen hun religieuze identiteit in de basis meekrijgen.

Huidig ISBO-directeur Gökhan Çoban stelt dat de kinderen optimaal presteren omdat ze zich thuis voelen op islamitische scholen. De geloofsidentiteit van die scholen draagt volgens hem in positieve zin bij aan de onderwijskwaliteit. Onderwijsdeskundige Bakker zet hier in de Volkskrant vraagtekens bij:

Het staat natuurlijk buiten kijf dat kinderen beter leren in een omgeving die vertrouwd is en veilig aanvoelt. Maar, voegt hij daaraan toe, voor diversiteit valt ook iets te zeggen. Daar kun je immers ook van leren. We leven nu eenmaal in een pluriforme samenleving, je moet met verschillen kunnen omgaan.

In haar recente promotieonderzoek concludeert Marietje Beesterboer overigens dat steeds meer islamitische basisscholen een goede balans weten te vinden tussen de islam en de voorbereiding op een actieve rol in de Nederlandse samenleving. Toch struikelen tegenstanders van islamitisch onderwijs vooral over de veronderstelde 'geïsoleerde eilandjes met afwjkende ideeën' (lees parallelle samenlevingen), die door de verdere institutionalisering van de islam zouden ontstaan.

Belangstelling
De stroom aan negatieve media-aandacht over een aantal inmiddels verwijderde, maar zeer omstreden passages in de lesmethode Help! Ik word volwassen die op een deel van de islamitische basischolen wordt gebruikt én de voortdurende strijd rondom het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam, hebben de beeldvorming over het islamitisch onderwijs de laatste tijd voor een belangrijk deel bepaald. Mede daardoor kwam uit een recente enquête van Maurice de Hond naar voren dat zeven op de tien Nederlanders vinden dat scholen op islamitische grondslag in Nederland niet meer zouden mogen worden opgericht. In Den Haag riepen de incidenten bij de VVD en PvdA de vraag op of het niet tijd wordt om wetsartikel 23, waarin de vrijheid van onderwijs is verankerd, te ‘moderniseren’, om meer 'grip op het islamitisch onderwijs te krijgen'.

De aanname dat al die negatieve politieke en publieke aandacht de aantrekkelijkheid van islamitisch onderwijs binnen de moslimgemeenschappen zou verminderen lijkt ongegrond. Sterker nog, die zorgt eerder voor een toename aan interesse. Dat zagen we bijvoorbeeld na de berichtgeving over het Cornelius Haga Lyceum. Daarnaast lijkt de nieuwe generatie bestuurders van islamitische instituties beter in staat stelling te nemen en zich te verweren tegen al dan niet door de media veroozaakte of aangescherpte politieke en maatschappelijke druk van buitenaf.  

Yusuf Altuntas:

De gemeenschap wordt weerbaarder. Dat zie je ook aan de zaak die de ISBO nu aanspant tegen Nieuwsuur over de tendentieuze uitzending met islamitisch onderwijs als hoofditem

En nu?
In het proces dat heeft geresulteerd in de situatie van nu, met meer dan 50 basis- en twee middelbare scholen voor islamitisch onderwijs zijn en worden veel fouten gemaakt, maar is ook enorm veel vooruitgang geboekt. De verwachting is dat door het leveren van kwalitatief goed onderwijs met aandacht voor zowel de religieuze identiteit als een gedegen voorbereiding op een actieve rol in de Nederlandse samenleving het gros van het islamitisch onderwijs aantrekkelijk blijft voor een deel van de moslimgemeenschappen in Nederland. Een politiek en maatschappelijk klimaat dat moslims minder ruimte biedt om te zijn wie ze zijn, zal die interesse zeker niet verminderen. En ook zonder of met een aangepast Artikel 23 blijft die behoefte bestaan.

Lees meer:

over islamitisch onderwijs

In hun boek Zuilen in de Polder? Een verkenning van de isntitutionalisering van de islam in Nederland, besteden Ewoud Butter en Roemer van Oordt uitgebreid aandacht aan (de roerige geschiedenis van) islamitisch onderwijs in Nederland.

Wilt u dat Republiek Allochtonië blijft bestaan? Waardeert u ons vrijwilligerswerk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)


Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email
 


Meer over cbs, cornelius haga lyceum, duo, isbo, islamitisch onderwijs, islamitische basisscholen, islamitische scholen, slob, yusuf altuntas.

Delen:

Reageer