Discriminatiecijfers OVSE geven vertroebeld beeld

In achtergronden door Ewoud Butter op 25-11-2019 | 08:10

Vorige week presenteerde het Office for Democratic Institutions and Human Rights (ODIHR), een onderdeel van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), haar jaarlijkse dataset over haatmisdrijven. Deze cijfers, zeker die met haatincidenten geven echter een weinig representatief beeld. Xenofobe en racistische incidenten zouden in Nederland bijvoorbeeld haast niet voorkomen. Dit is een gevolg van onevenwichtige samenstelling van belangenorganisaties die bij de OVSE melding maken van haatincidenten.

ODIHR presenteerde haar cijfers vorige week ter gelegenheid van de Internationale Dag voor Tolerantie op 16 november. ODIHR drong er in een persbericht bij haar lidstaten op aan om de wetgeving inzake haatmisdrijven die al vele jaren in hun wetboeken staat te implementeren. Hoewel 53 van de 57 landen die deel uitmaken van de OVSE wetten hebben die haatmisdrijven verbieden vanwege verschillende vooroordelen, passen deze wetten in de praktijk veel minder toe.  

In de rapportage over haatmisdrijven onderstreept ODIHR dat de meldingsbereidheid laag is: de overgrote meerderheid van de misdrijven niet wordt gemeld. Veel slachtoffers gaan niet naar de politie omdat ze betwijfelen of er iets met hun melding wordt gedaan, terwijl anderen er van afzien omdat ze bang zijn voor langdurige rechtszaken of eindeloze overleggen met wetshandhavingsinstanties of gerechtelijke ambtenaren.

Haatmisdrijven en haatincidenten 

ODIHR maakt onderscheid tussen haatmisdrijven en haatincidenten. Haatmisdrijven zijn criminele handelingen die zijn vastgelegd en gerapporteerd door lokale autoriteiten. Deze worden meestal geregistreerd door de politie en komen vervolgens terecht in de justitiële keten. Deze cijfers worden door ODIHR weergegeven als "officiële cijfers".

Haatincidenten worden gemeld door maatschappelijke organisaties en internationale organisaties. Hoewel deze incidenten haatmisdrijven kunnen zijn, zijn ze niet noodzakelijkerwijs officieel geverifieerd door de lokale autoriteiten. Deze incidenten worden gepubliceerd onder het kopje "Incidenten gemeld door andere bronnen".

Cijfers

In totaal hebben 41 deelnemende staten over 2018 gegevens doorgegeven aan ODIHR voor 2018. Hiervan hebben 25 staten een onderscheid gemaakt tussen verschillende  gronden voor hatespeech (zoals herkomst, sekse, geloof, seksuele voorkeur, leeftijd, beperking) . 

Deze ‘officiële cijfers’ worden aangevuld met rapporten over haatincidenten van 178 maatschappelijke organisaties uit 44 deelnemende staten. Zij hebben gezamenlijk 5735 haatincidenten gemeld. Uit de gegevens van deze organisaties blijkt dat meer dan 4.500 mensen het slachtoffer waren van fysiek geweld of directe bedreigingen in 2018.

Vergelijking

Het ligt voor de hand om cijfers te gaan vergelijken. Bijvoorbeeld door vergelijkingen te trekken tussen verschillende jaren, tussen verschillende landen of tussen verschillende gronden voor hatespeech. Zo kun je, zoals bijvoorbeeld het Centrum Informatie en Documentatie Israel (CIDI) doet, op grond van de cijfers concluderen dat relatief de grootste groep haatmisdrijven (34%) onder de noemer antisemitisme valt

ODIHR waarschuwt zelf echter om voorzichtig te zijn met dergelijke vergelijkingen: de cijfers laten alleen zien dat er meer of minder haatmisdrijven of incidenten aan ODIHR zijn gemeld uit een bepaald land of voor een bepaalde grond. Ze tonen niet de prevalentie van bepaalde haatmisdrijven aan en kunnen volgens ODIHR ook niet worden gebruikt om te vergelijken tussen landen of gronden voor hatespeech. Verschillen in aantallen kunnen uiteenlopende oorzaken hebben. Zelf noemt ODIHR de wijze waarop overheidsinstanties de informatie classificeren (mede afhankelijk van definities) en vastleggen en de mate waarin het maatschappelijk middenveld actief is bij het monitoren van specifieke gronden voor hatespeech.

Cijfers Nederland

Voor de ‘officiele Nederlandse cijfers’ maakt de OVSE gebruik van de cijfers van de politie. Deze cijfers vormden een onderdeel van het in mei gepubliceerde rapport Discriminatie in Cijfers 2018. Het gaat hierbij overigens niet specifiek om haatmisdrijven, maar om meldingen van discriminatie.  Uit Discriminatie in Cijfers 2018 bleek dat het aantal meldingen van discriminatie bij de Nederlandse politie al jaren opvallend snel afneemt: van 5700 in 2014 naar krap 3300 in 2018. Zoals al jaren het geval is betrof dit vooral discriminatie op grond van herkomst (43%), gevolgd door discriminatie op grond van seksuele geaardheid (26%), antisemitisme (8%) en moslimdiscriminatie (4%). 

Wat betreft de grootste groep incidenten, discriminatie op grond van herkomst, maakt de politie onderscheid op grond van discriminatie vanwege donkere huidskleur (36%), incidenten gericht tegen ‘buitenlanders’ of ‘allochtonen’ (14%), incidenten gericht tegen Turkse Nederlanders (11%), tegen Marokkaanse Nederlanders (10%)  en mensen van Nederlandse herkomst (1%). 

Vergelijkbaar zijn de cijfers van het OM: Van de 83 behandelde discriminatiefeiten die in 2018 bij het OM zijn binnengestroomd, ging het voornamelijk om discriminatie op grond van 'ras' (door het OM ook omschreven als "huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming"). Deze discriminatiegrond kwam net als voorgaande jaren verreweg het meest voor (51%). Bij de helft van deze gevallen, dus een kwart van het totaal aantal gronden, was de discriminatie gericht tegen personen van Afrikaanse afkomst (antizwart racisme). In 8% van het totaal aantal gevallen ging het om Marokkaanse Nederlanders en in 1% van de gevallen om "blanken".

Geen anti-zwart racistische incidenten

De cijfers van de OVSE over haatincidenten geven een heel ander beeld. Over 2018 rapporteert ODIHR voor Nederland 46 incidenten. Dat waren er meer dan over 2017 (42) en fors minder dan over 2016 (86 incidenten). Bij sommige incidenten was sprake van meerdere gronden, daarom is de optelsom van de gronden hieronder hoger dan 46.

Aantal meldingen van haatincidenten Nederland 2018
antisemitisme 27 
moslimhaat 15
racisme/ xenofobie 5
homofobie 3
christenhaat 1

 

Opvallend aan deze cijfers is het relatief hoge aandeel antisemitisme en moslimhaat en het lage aandeel racisme en xenofobie. 

De verklaring hiervoor vormen de maatschappelijke organisaties die de incidenten hebben aangeleverd.  Dit waren het CIDI (antisemitisme), het COC (homofobie), Observatory on Intolerance and Discrimination against Christians in Europe (OIDAC, christenhaat) en de Turkse denktank SETA en het Turks Forum (beiden moslimhaat).

De 5 meldingen racisme/xenofobie zijn afkomstig van het CIDI. Het betreft allen uitingen met ook een anti-joods of anti-Israelisch karakter. Andere vormen van racisme/xenofobie komen in de lijst in zijn geheel niet voor.

Aan dit lijstje met 5 maatschappelijke organisaties valt een aantal zaken op:

1) Het zijn allemaal belangenorganisaties die voor een enkele, specifieke vorm van discriminatie/hatespeech aandacht vragen
2) Twee organisaties zijn in het buitenland gevestigd: OIDAC (Oostenrijk) en SETA (Turkije)
3) Vier organisaties hebben naast het registreren van een specifieke vorm van haat of het opkomen voor de belangen van een specifieke bevolkingsgroep ook een duidelijk breder politiek of maatschappelijk doel: 

4) Drie organisaties presenteren jaarlijks hun eigen monitor. 

  • De monitor van het CIDI is altijd uitgebreid en transparant. 
  • Datzelfde geldt voor de monitor Islamophobia in Europe van SETA, die mede dankzij subsidie van de Europese Unie tot stand komt. In de monitor (meer dan 800 pagina’s) wordt door verschillende onderzoekers verslag gedaan van de situatie in verschillende Europese landen, waaronder 30 pagina’s over Nederland 
  • En ook het OIDAC doet op transparante wijze verslag

5) Een schimmige bron van het OVSE/ ODIHR is het Turks Forum. Deze organisatie beweert  sinds 2008 een incidentenlijst op te stellen en levert in ieder geval al vanaf 2012 informatie aan voor de jaarrapporten van OVSE/ODHIR. Het is echter onduidelijk wat voor info Turks Forum levert: de organisatie heeft geen eigen website (meer), publiceert online in ieder geval geen rapporten en liet per mail aan mij weten ook geen informatie te willen verschaffen.
Uit de informatie die het internet biedt, ontstaat het beeld van een organisatie die vooral aan het begin van deze eeuw actief was. Zo pleitte Turks Forum als reactie op een monument ter herdenking van de Armeense genocide voor een Turks herdenkingsmonument, vanwege "de gruweldaden van de Armeniërs" en trok het Forum onder andere zeer fel van leer tegen Ayaan Hirsi Ali (,Het kan escaleren. Zij beledigt mensen en dat kan niet.'').
Het Turks Forum heeft een facebookpagina en een twitteraccount met een Turks nationalistisch profiel. Daarnaast onderhoudt Turks Forum de facebookpagina Meldpunt Islamofobie en Discriminatie , niet te verwarren met de facebookpagina's van het bekende Meld Islamofobie of het Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie. Mogelijk is de informatie op de facebookpagina Meldpunt Islamofobie en Discriminatie hetzelfde als aan de OVSE wordt geleverd.  

Belangrijkste conclusie is voor mij echter dat organisaties die de in Nederland meest voorkomende vorm van haatmisdrijven, racisme/xenofobie, agenderen, ontbreken. Kennelijk is er geen enkele (belangen)organisatie in Nederland, of daarbuiten, die hiervoor aandacht vraagt bij de OVSE. De hoogste tijd lijkt me om daar verandering in te brengen. Dat kan door organisaties die zich specifiek richten op discriminatie/hatespeech op grond van herkomst of door de Landelijke Vereniging tegen Discriminatie (LVtD).

Meer artikelen over discriminatie

 

Wilt u dat Republiek Allochtonië blijft bestaan? Waardeert u ons vrijwilligerswerk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)


Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email

 


Meer over antisemitisme, discriminatie, haatincidenten, haatmisdrijven, ODIHR, OVSE, racisme.

Delen:

Reageer