De zachte krachten van Mohamed Rabbae

In achtergronden door Ewoud Butter op 26-05-2017 | 13:43

In december 2014 werd Mohamed Rabbae getroffen door een zware hersenbloeding. Sindsdien kan hij niet meer lopen, lezen, schrijven en herinneren. Eind 2016 verscheen bij uitgeverij Letterrijn het boek Mohamed Rabbae, strijd voor Rechtvaardigheid, waarin verschillende auteurs een hommage aan Rabbae brengen. Op grond van dit boek (1), aanvullende bronnen, persoonlijke ervaringen en korte gesprekken met Tofik Dibi, Naima Azough en Ineke van der Valk, schreef Ewoud Butter onderstaand portret.

In 2015 bracht Tofik Dibi een eerbetoon aan Mohamed Rabbae in Djinn, zijn debuutroman. “Mohammed Rabbae, Si Mohammed!, je bent mijn held. Ik ben je eeuwig dankbaar,” schreef hij in zijn woord van dank. 

Desgevraagd laat Dibi me nu weten waarom hij dit schreef:

“Ik heb die woorden aan hem gewijd, omdat hij ongelooflijk veel invloed heeft gehad op mij in het begin van mijn politieke bewustwording. Zijn humor en vlijmscherpe tong vond ik een zalige combinatie. Ik maakte aantekeningen in mijn hoofd, terwijl hij sprak. Ik dacht altijd: zo wil ik ook zijn. Geëngageerd, maar wel vrolijk. Activisme, maar ook lol hebben. De manier waarop hij zich onvermoeibaar heeft ingezet tegen racisme verdient een veel grotere waardering. Het doet mij pijn dat hij niet de credits krijgt die hij verdient. Ik wilde dat in Djinn soort van repareren en hem eren.”

De strijd tegen onrecht is een rode draad in het leven van Rabbae, die op 8 maart 1941 werd geboren in de buurt van Casablanca. Zijn vader, afkomstig uit een familie van landarbeiders, werkte als chauffeur van grootgrondbezitters. Rabbae streed in Marokko en later in Nederland tegen het Marokkaanse regime, in Nederland voor de gelijke rechten van migranten en tegen discriminatie en racisme. De laatste 10 jaar agendeerde hij de toenemende moslimhaat.


Tegen het Marokkaanse regime
 

In Marokko was het politieke protest tot de onafhankelijkheid in 1956 gericht tegen de Franse bezetters. Dat gold ook voor de familie Rabbae. Met de deuren en ramen gesloten, werd in het geniep geluisterd naar een programma van Radio Cairo dat gericht was op Marokko. Later liep Rabbae als kind mee in demonstraties tegen de Franse bezetters en toen hij na de onafhankelijkheid in Rabat rechten en filosofie ging studeren, werd hij lid van de linkse Union Nationale des Étudiants Maroccains (UNEM). Om de studenten die kritiek hadden op het bewind van Koning Hassan II te neutraliseren, werd de UNEM geïnfiltreerd door de geheime diensten en werd de militaire dienstplicht ingevoerd. In 1966 besloot Rabbae dat hij weg moest uit Marokko, om de militaire dienst te ontlopen.

Hij vertrok naar Nederland, omdat daar, in Oegstgeest, een Zwitser woonde, de enige kennis die hij in het buitenland kende. Rabbae werkte als brandweerman op de scheepswerf van de NDSM, in een conservenfabriek en verkocht koffers bij de V&D. In 1967 ging hij economie aan de Universiteit van Amsterdam studeren. Dat leek hem nuttig wanneer hij terug zou keren naar Marokko.

Datzelfde jaar liep Rabbae voor het eerst ook In Nederland tegen de lange arm van Koning Hassan aan, toen hij, na het uitbreken van de juli-oorlog in het Midden-Oosten, geld voor de Palestijnen ging inzamelen onder Marokkanen in Amsterdam. Tijdens een manifestatie in het Vondelpark, werd hij aangesproken door medewerkers van de Marokkaanse ambassade die hem publiekelijk terecht wezen en de aanwezigen tegen hem opzetten. Na dit incident nam Mohamed zich om ook in Nederland het Marokkaanse regime te blijven bestrijden.

Amicales

Toen hij in 1974 als econoom was afgestudeerd, ging Rabbae - op aanraden van zijn vrouw, de ontwikelingspsychologe Liesbeth Schreuder – aan de slag in het welzijnswerk voor buitenlanders. In 1975 werd hij directeur van de Stichting Buitenlanders West-Brabant (SBWB) in Breda. (2)
De strijd met het Marokkaanse regime zette Rabbae ook in die functie voort, door samen met onder andere seculiere migrantenorganisaties als het Komitee Marokkaanse Arbeiders Nederland (KMAN) de confrontatie aan te gaan met de in 1973 door het Marokkaanse regime opgerichte Amicales des Travailleurs et des Commerçants Maroccains. Deze 'Amicales' vormden een middel voor het regime om controle te houden op de Marokkaanse arbeidsmigranten.

Tot 1982 was Mohammed Rabbae actief lid van het Marokkocomité, een kleine mensenrechtenorganisatie. De organisatie was opgericht in 1976 op verzoek van politieke gevangenen in Marokko en maakte deel uit van een Europees netwerk van gelijksoortige comités. Bij de oprichting van de Nederlandse tak waren onder meer. de toenmalige directeur van de Novib Sjef Teunis en vertegenwoordigers van Amnesty betrokken naast individuele mensen uit verschillende actiebewegingen van en voor migranten, waaronder onderzoeker Ineke van der Valk. Het was geen zelforganisatie van migranten maar een landencomité zoals er in die jaren zoveel waren, bv het Chilicomité. De Marokkocomités zetten zich in tegen de politieke onderdrukking in binnen en buitenland, via o.m. de Amicales. Dit gebeurde o.a. door de uitgave van een bulletin, de organisatie van manifestaties en conferenties en het informeren van de pers. Het Marokkokomitee muntte destijds de terminologie van ‘de lange arm’ voor de doorwerking van repressie op onderdanen van dictatoriale regimes in het buitenland en bracht een eerste publicatie uit: het Amicalesdossier.

In 1982 werd Rabbae als directeur van het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB) de bekendste belangenbehartiger van Nederlanders met een migratieachtergrond. De Amicales was in de loop van de jaren 80 zo goed als verdwenen, maar daarmee niet de bemoeienis van het Marokkaanse regime met de migranten in Nederland.

UMMON

Rabbae richtte begin jaren 90 zijn pijlen op de Unie van Marokkaanse Moslimorganisaties in Nederland (UMMON), de grootste Marokkaanse moskeekoepel, die in Amsterdam samen met seculiere organisaties als het KMAN de Stedelijke Marokkaanse Raad (SMR) hadden gevormd, waarvan Abdou Menebhi (KMAN) voorzitter was. De SMR was niet alleen een adviesraad, maar ontwikkelde ook projecten gericht op participatie en tegen criminaliteit.
Dit Amsterdamse samenwerkingsverband van seculiere en islamitische organisaties werd in Den Haag, vooral bij het toenmalige ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) als voorbeeldig gezien, maar de rol van de UMMON was een doorn in het oog van Rabbae. Hij publiceerde in 1993 het boek Naast de Amicales nu de UMMON, waarin hij de moskeeorganisatie van spionage en intimidatie beschuldigde en hen - net zoals voorheen de Amicales - “de lange arm van koning Hassan” noemde.
Er volgde een tumultueuze tijd met heftige discussies in de Marokkaanse gemeenschap, felle beschuldigingen over en weer, tot aan vechtpartijen tussen moskeebezoekers, open brieven in Het Parool en rechtszaken. Rabbae kreeg hartstochtelijke steun, maar kreeg ook het verwijt de islam en islamitische organisaties in diskrediet te brengen. Het moet de gelovige Rabbae diep geraakt hebben.

In 1993 concludeerde de BVD na onderzoek in haar jaarverslag: “De aantijgingen tegen UMMON als organisatie kunnen niet worden bewezen. Wel zal door de BVD nadere aandacht worden besteed aan personen binnen en buiten deze organisatie die zich mogelijk aan onoorbare praktijken schuldig maken.”

Menebhi zegt over de destijds omstreden samenwerking met de UMMON nu: “Rabbae vond dat we daarmee de erfgenamen van de inmiddels ter ziele gegane Amicales legitimeerden. Terwijl we door dialoog en toenadering met de UMMON juist wilden voorkomen dat de moskeeorganisaties in die hoek terechtkwam.”

Nadat Rabbae in 1994 overstapte naar GroenLinks, verbeterden de verhoudingen weer. Menebhi, medeoprichter van Nederland Bekent Kleur, vertelt in het boek dat Rabbae als Kamerlid altijd aanwezig was bij antiracismeacties en andere activiteiten. Na het vertrek van Rabbae uit de Kamer, trokken Rabbae en Menebhi weer gezamenlijk ten strijde tegen racisme en discriminatie.

Een aantal jaren later kwam het ook weer goed tussen Rabbae en de UMMON: Rabbae bezocht UMMON-bijeenkomsten en was in 2012 met Mohamed Echarrouti (UMMON) één van de gangmakers van het Veiligheidspact tegen Discriminatie, een samenwerkingsverband van islamitische, joodse, christelijke en LHTB-organisaties.
 

Maatschappelijke en politieke strijd


NCB

Als directeur van de Bredase SBWB zette Rabbae zich niet alleen in voor migranten in Breda en omgeving, maar liet hij ook al snel landelijk van zich horen. Zo maakte hij zich hard voor de zogenaamde 182 Kerk-Marokkanen die vanuit de Amsterdamse Mozes en Aaronkerk acties voerden om in Nederland te mogen blijven en voerde hij actie tegen de (ontwerp-) Wet Arbeid Buitenlandse Werknemers.
Als directeur van het Nederlands Centrum Buitenlanders (1982-1993) werd Rabbae een landelijke bekendheid. Het NCB had tot taak de rijksoverheid op grond van haar deskundigheid te adviseren, maar had nadrukkelijk niet de taak de spreekbuis van migrantenorganisaties te worden. Dit betekende dat van Rabbae enerzijds verwacht werd de belangen van migranten te behartigen, zonder dat hij te nadrukkelijk namens hen sprak. Dat was vaak balanceren op een dun koord. Soms ging het mis en ontstonden er conflicten met migrantenorganisaties, maar meestal wist Rabbae de situatie te redden met tact, gevoel voor humor en resultaten.

Groenlinks

Toen Ina Brouwer in 1993 besloot zich kandidaat te stellen voor het lijsttrekkerschap van GroenLinks, zocht ze een duo-lijsttrekker en kwam ze al snel bij Rabbae terecht die ze nog uit de jaren ’70 kende en in 1989 al had gepolst voor een plek op de kandidatenlijst. In 1993 had Rabbae wel interesse in een overstap naar de politiek en samen wonnen ze de lijsttrekkersverkiezing van een ander duo (Paul Rosenmöller en Leoni Sipkes) met nipt verschil.

Het eerste interview dat Rabbae als kandidaat-lijsttrekker aan het NRC gaf, zorgde direct voor commotie. Rabbae verklaarde over het verbieden van De Duivelsverzen van Salman Rushdie: “Het proberen te laten verbieden van zo'n boek is een democratische weg, een betere weg om je eigen godsdienst te verdedigen dan het volgen van Khomeini en andere duistere krachten."

Deze uitspraak leidde tot veel vragen en kritiek in de media en van de GroenLinks achterban. Rabbae nuanceerde daarop zijn standpunt meerdere malen, onder andere op het GroenLinks-congres waar hij verklaarde: “De vrijheid van meningsuiting is een hoofdpijler van de democratie en het verbieden van boeken of publicaties is onjuist.”

Hij ontving daarop een ovationeel applaus, maar het beeld van een conservatieve man bleef aan hem hangen. Ten onrechte, laat Naima Azough mij nu weten. “Hij is allesbehalve conservatief. Mohamed is en was een van de meest progressieve en geëmancipeerde mannen die ik ken.” Ook in het boek benadrukt Thom de Graaf dat de rode draad van de vriendschap met Rabbae misschien wel vrijzinnigheid was.

Het duo Rabbae en Brouwer steeg in de opiniepeilingen, maar verloor uiteindelijk een zetel bij de verkiezingen. Daarop besloot Ina Brouwer op te stappen en nam Paul Rosenmöller in zijn eentje het partijleiderschap over.

Rabbae was lange tijd een gewaardeerd Kamerlid (woordvoerder onderwijs, justitie, financien en economische zaken en lid van de Commissie van Traa), maar kwam in 2002 tot zijn teleurstelling niet meer voor op de kandidatenlijst van GroenLinks voor de Tweede Kamerverkiezingen. Voor Naima Azough, die in dat jaar voor het eerst wel op de lijst stond, was de afwezigheid van Rabbae een reden om te overwegen zich terug te trekken. Ze vertelt me: “Het was een schok voor mij en veel anderen. Ik overwoog mij terug te trekken. Ik kreeg het gevoel dat de ene 'Marokkaan' voor de ander werd uitgeruild en had geen behoefte daar een rol in te spelen. Ik heb hem toen een lange brief geschreven en hem gesproken en zijn zachtmoedige reactie was 'vintage' Mohamed: Hij vond het grote onzin, ik droeg wat hem betrof vanzelfsprekend geen verantwoordelijkheid voor de keuzes van anderen en wenste mij alle goeds en succes.”


Buitenparlementair


Rabbae was nog twee jaar wethouder in Leiden, maar trad in 2004 af toen bleek dat door de lokale Sociale Werkvoorziening fouten waren gemaakt. Rabbae nam zijn politieke verantwoordelijkheid en verklaarde: “Die sorry-democratie die ik zo goed ken uit mijn tijd als Tweede Kamerlid ergerde me altijd,”

Daarna pakte hij de strijd tegen racisme en discriminatie weer op. Het politieke en maatschappelijke klimaat was in vergelijking met Rabbae’s tijd als directeur van het NCB, flink verhard na de aanslagen van 11 september 2011, de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh en de opkomst van de LPF en vervolgens de PVV.

Moslimhaat 

Het frame van Huntingtons Clash of Civilizations, waarin vooral het westen en de islam als botsende beschavingen werden gezien, was bepalend in het debat geworden. Dit leidde ertoe dat vanaf het begin van deze eeuw veel moslims zich meer in hun eigen islamitische identiteit gingen verdiepen. Hoewel Rabbae zijn religieuze leven altijd strikt privé hield, gold dat ook voor hem. Tegelijkertijd relativeerde hij destijds tegenover de Volkskrant zijn geloof: ” Waarom zou mijn islamitische gelijk absoluut zijn, of op een hoger niveau staan dan andere religies? (..) Goede gelovigen, joden, christenen, moslims, zijn mensen die een sociale cohesie nastreven. Atheïsten die dat doen, vind ik waardevoller mensen dan fanatieke gelovigen die de harmonie in de weg staan.” (4)

Rabbae was een van de eersten die de toenemende moslimhaat, of zoals hij dat noemde moslimracisme agendeerde. Daarbij bleef hij nadrukkelijk aandacht vragen voor andere vormen van discriminatie. Ook zocht hij steeds zo breed mogelijke samenwerking met tal van andere maatschappelijke organisaties. “Mijn insteek is altijd dat ik de harmonie wil terugbrengen”, verklaarde hij tegenover de Volkskrant. “Rabbae bleef”, zo schrijft Anja Meulenbelt, “soms op het naïeve af, koppig vinden dat het moest kunnen.” Hij wilde altijd verder kijken dan een benauwde identiteitspolitiek en bleef volgens Meulenbelt optimist: “Mensen moesten toch in staat zijn om over de schutting van hun eigen stam heen de ander te kunnen zien.”

Naima Azough vertelt me de volgende anekdote die in dit verband misschien wel illustratief is: “Toen ik net bij de fractie zat, hoorde ik van de medewerkers dat er in de jaren '90 een vrouw was die hem in een brief voor van alles en nog wat had uitgemaakt, op de Centrum Democraten stemde en gastarbeiders verschrikkelijk vond. De dag na het ontvangen van de brief stond Mohamed bij deze dame voor de deur met een bos bloemen en gingen ze met een kopje koffie in gesprek. Het was praten met de 'boze burger' avant la lettre.”

Proces Wilders

Tijdens het eerste proces tegen Wilders, kreeg Rabbae steun, maar ook kritiek. Tot zijn teleurstelling steunden de meeste linkse partijen en publicisten hem niet. De bezwaren tegen het proces waren vooral strategisch. Het proces zou volgens de critici, waaronder ook de GroenLinksfractie, averechts werken, het publieke debat doodslaan en de populariteit van Wilders vergroten. Maar Rabbae vond dat Wilders niet alleen in de Tweede Kamer, maar ook in de rechtszaal, moest worden bestreden. De rechtszaal was volgens hem immers juist de plek bij uitstek waar burgers voor zichzelf kunnen opkomen.

Nadat GroenLinks-leider Femke Halsema twitterde dat ze zich soms wat ongemakkelijk voelde met de toevoeging ‘oud-GroenLinks-Kamerlid’ bij uitspraken van Rabbae, zei deze zijn lidmaatschap op ondanks pogingen van de GroenLinks-top hem binnenboord te houden. Rabbae verklaarde: “Op deze manier heeft GroenLinks geen last van wat ik in het publieke debat zeg en hoef ik me niet te ergeren aan bepaalde standpunten van GroenLinks waarmee ik het soms niet eens ben.” (5)

Mohamed Rabbae is nog steeds geliefd bij veel Marokkaanse Nederlanders. Hij wordt gewaardeerd als een zachte man, die altijd pal is blijven staan voor zijn principes. Naima Azough: 

”Te veel mensen zijn vergeten dat Mohamed zeer kritisch was op de Marokkaanse koning en overheid die destijds critici op verschrikkelijke manier gevangenzette of liet 'verdwijnen'. Mohamed was politiek balling, hij kon lange tijd niet terug naar zijn familie. Zijn progressieve politiek was er dus ook een van persoonlijke offers. (..) Ik ben het niet altijd met hem eens geweest qua strategische keuzes - misschien onterecht - maar zoals ze zeggen - als het er echt op aan komt ben ik van een ding zeker: op Mohamed Rabbae kun je rekenen. Hij en zijn vrouw Liesbeth doen de deur open.” 

In Mohamed Rabbae – strijd voor rechtvaardigheid wordt een mensenrechtenactivist geëerd, en soms bekritiseerd. In het boek ligt het accent op zijn activisme in deze eeuw. Helaas is er relatief weinig aandacht voor zijn werk bij het NCB en in de Tweede Kamer.
Ook vertelt het boek amper over zijn worstelingen, motieven, geloof of privéleven. Dat laatste is waarschijnlijk zoals Rabbae het zelf gewild zou hebben.

Het boek is tot stand gekomen dankzij bijdragen van: Miriyam Aouragh, Ina Brouwer, René Danen, Corina Duijndam, Bas de Gaay Fortman, Thom de Graaf, Abdou Menebhi, Anja Meulenbelt, Rinus Penninx en Ties Prakken.

Zijn vrouw, Liesbeth Schreuder, schrijft in het voorwoord: Wij zullen hem dit boek voorlezen en hij zal het herkennen.”


Ewoud Butter is politicoloog en oprichter van het blog Republiek Allochtonië. Hij doet sinds 1990 onderzoek naar integratievraagstukken, polarisatie en radicalisering. Hij ontmoette Rabbae voor het eerst voorafgaand aan de hierboven beschreven UMMON-affaire, toen Ewoud vanuit het toenmalige ACB samenwerkte met o.a. UMMON, KMAN en SMR. Daarna zouden vele ontmoetingen volgen. Een iets kortere versie van dit stuk verscheen eerder in het tijdschrift De Helling   

Miriyam Aouragh e.a. (2016), Mohamed Rabbae – Strijd voor rechtvaardigheid, Uitgeverij LetterRijn, ISBN nr. 9789491875359, Prijs: €14,50

Bronnen:

(1) Bij het schrijven van dit portret is vooral gebruik gemaakt van het hoofdstuk dat door Rinus Penninx is geschreven. Penninx maakte op zijn beurt gebruik van een interview dat historica Nadia Bouras met Rabbae had in het kader van haar proefschrift. Verder is gebruik gemaakt van de interviews met Abdou Menebhi en Thom de Graaf en de hoofdstukken van Ina Brouwer, Anja Meulenbelt, Miriyam Aouragh en Ties Prakken.
(2) Deze vorm van categoraal welzijnswerk groeide in de loop der jaren uitgegroeid tot een landelijk dekkend netwerk van 18 regionale Stichtingen Bijstand Buitenlandse Werknemers (SBBW’s). De 18 stichtingen hadden een landelijke koepel, de Landelijke Stichting Bijstand Buitenlandse Werknemers (LSBBW), die in 1974 werd omgedoopt tot Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB). De SBWW’s werden later Regionale Centra Buitenlanders genoemd.
(3) GroenLinks ongelukkig met René Danen en Mohamed Rabbae’ in Trouw van 31 oktober 2010
(4) Religie moet privé zijn, interview met de Volkskrant van 16 maart 2002
(5) Rabbae breekt met GroenLinks’ in Trouw van 5 november 2010

 

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.  

Waardeert u ons werk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!  

 

 


Meer over achtergrond, ewoud butter, mohamed rabbae.

Delen:

Reageer




Reacties


Faatje - 29/05/2017 11:23

Mooi portret van een bijzonder mens. Een zachte man, inderdaad, maar ook een man die bijzonder fel uit de hoek kon komen.
Wat vond je persoonlijk van Rabbae Ewoud? Je stond tijdens de UMMON-affaire aan de andere kant en je behoorde, zi herinner ik me, ook tot degenen die kritisch waren over het eerste proces tegen Wilders....

H.Can-Engin - 29/05/2017 09:52

Gefeliciteerd met het boek veel dank voor allen. Ik mis alleen intervieuw met mensen van andere origine dan de Marok en NL -het boek heb ik nog niet-
Hoe hij samenwerkte met alle org.van minderheden-Turken- mobiliseerde met lef en betrokkenheid. Ik hou ook van M. Rabbae en inspireerde me en velen nogmaals heel veel dank voor allen vooral Rinus e.a Hatice
Nieuwsbrief