'Ik wens geen paria te worden in mijn eigen land'
29 mei 2011 | 14:50
Amal sprak afgelopen week in de Amsterdamse rechtbank namens de benadeelde partijen in de zaak-Wilders.
Amal heeft de redactie van Republiek Allochtonië laten weten dat zij in de rechtbank heeft gesproken als Nederlands burger die gebruik maakt van zijn burgerrechten. Ze benadrukt dat zij zichzelf niet als 'zielig' heeft willen presenteren. Zo heeft zij van de vele voorbeelden van discriminatie tegen haar en haar familieleden er slechts twee gebruikt in de rechtbank.
Ze laat ook weten dat ze veel moeite heeft met groepsdenken. Zij wil andere mensen in de eerste plaats als individu zien en niet beoordelen op hun afkomst of religie. 'Ik zal mensen uit Limburg niet aanspreken op uitspraken van Wilders.' Op haar beurt wil ze ook niet worden aangesproken op daden van Marokkanen.
Wilders doet dat in haar ogen wel. Sterker, hij roept op tot uitsluiting en intolerantie en legt een 'hypotheek van angst en haat' op de schouders van allochtonen. Hieronder haar betoog.


