12 februari 2011 | 17:37
tekst: Abdelhakim Chouaati
De verpersoonlijking van het westerse recht is Vrouwe Justitia, een van oorsprong Romeinse afgodin. Haar beeltenis is op verschillende manieren (onder andere in de vorm van beelden, schilderijen en muurtekeningen) in de ruimten waarin vroeger recht werd gesproken terug te vinden. In de regel wordt Vrouwe Justitia afgebeeld als een geblinddoekte vrouw, met in haar rechterhand een zwaard en in haar linkerhand een weegschaal. Het zwaard is een teken van macht, en staat voor het rechtvaardige vonnis. De blinddoek symboliseert de rechtspraak zonder aanzien des persoons. Geslacht, etniciteit, godsdienstigheid en sociale status hebben geen invloed op het uiteindelijke oordeel. Het zijn alleen de feiten en de daden die mogen wegen. De balans staat voor de zorgvuldige afweging van de bewijslast en de getuigenissen die, óf in het voordeel, óf in het nadeel van de gedaagde spreken.
Fatwa van de dag
22 januari 2011 | 09:07
"Noem mij één programma dat volledig door moslims wordt gemaakt. Noem mij één programma – dat nu op de televisie wordt uitgezonden – waar de eerste-, de tweede- of de derde generatie moslims zich in herkent. De Flat van Ali B? Shouf Shouf de serie? Dunya & Daisy? Najib loopt warm? De Meiden van Halal? Ab & Sal? De Meiden van Haram? Zijn dat informatieve programma’s waarvan een moslim achteraf kan zeggen: ‘Hier heb ik wat van opgestoken?’ of ‘Dit is een programma dat mij als moslim en mens heeft verrijkt?’ of ‘Hier is met waardigheid en respect met mijn geloof en cultuur omgegaan?’ NEE. Als er allochtonen op televisie mogen komen dan is dat in de rol van hofnar of clown. Het liefst ter vermaak van de autochtoon."
20 oktober 2010 | 07:56
tekst: Abdelhakim Chouaati
Mijn vader vertelde mij kort geleden een typisch Riffijns volksverhaal, om mij – zijn oudste, door de recente sociaal-maatschappelijke en politieke ontwikkelingen diep verontruste zoon – een levensles te leren. Hij vertelde mij over een man die last had van gezoem in zijn hoofd. Wat bleek: er was een gevleugeld insect door zijn neus in zijn hoofd gekropen. Uit kinderlijk respect vroeg ik niet verder. Ook omdat ik zijn vertelling niet wilde onderbreken: uit eigen ervaring als ‘schrijvende verhaler’ wist ik dat de mooiste verhalen de verhalen zijn die ruimte bieden aan een eigen invulling. En zo begon in mijn eigen hoofd een muskiet… Pardon! Het was eerder een stoutmoedige wesp, aan zijn eigen levenslied.
De arme man leed er zienderogen onder. Het aanhoudende gezoem maakte hem al gauw het leven onmogelijk. De duivel zag hem lijden, en deed hem een riant voorstel. Tegenwoordig zouden we dat ‘een propositie op maat’ noemen: een aanbod zoals alleen de Satan en hypotheekadviseurs kunnen doen. De duivel keek hem droog aan en zei: ‘Ik kan je verlossen van dat gezoem’.
De man spitste – voor zover het inmiddels oorverdovende gegons dat nog mogelijk maakte – zijn oren.