Wat gaan we doen met tien miljoen?

In opinie door Daphne Meijer op 17-05-2016 | 13:32

Tekst: Daphne Meijer

Burgemeester Eberhard van der Laan heeft het Pinksterweekeinde uitgekozen om een mededeling te doen. De Gemeente Amsterdam gaat de Joodse gemeenschap tien miljoen euro uitbetalen. Die euro's zijn een sigaar uit eigen doos: het gaat om het geld dat de Gemeente in 1945 en 1946 bij wijze van navordering eiste van Joodse huiseigenaren over de erfpacht die ze in de oorlogsjaren niet hadden afgedragen, en om geld dat na de oorlog op gemeentegirorekeningen stond van omgekomen Joden. De tegoeden op deze rekeningen zijn, populair gezegd, in de zakken van de Gemeente verdwenen.

Omdat na zeventig jaar niet langer is na te gaan over welke adressen alsnog achterstallige erfpacht verschuldigd was en ook niet langer is na te gaan wie de erfgenamen zouden kunnen zijn van de vroegere eigenaren van de Gemeentegirorekeningen, koopt de Gemeente de terugbetaling nu af met een collectieve uitbetaling ineens van tien miljoen euro. En dat geld gaat niet naar individuele erfgenamen van erfpachtbetalers of girorekeninghouders, maar naar de Joodse Gemeenschap.

De burgemeester suggereerde dat hiermee de kosten kunnen worden gedekt van de bouw van het Nationaal Holocaust Monument en het Nationaal Holocaust Museum. Het Monument komt volgens de laatste plannen in de Weesperstraat en het Holocaust Museum is in eerste aanleg klaar en te vinden aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam, tegenover de Hollandse Schouwburg. Lees meer hier  of hier.

Hier vind ik twee dingen van. En die vind ik op p-e-r-s-o-o-n-l-i-j-k-e titel, dus niet in functie als medewerker van een Joodse organisatie of als GroenLinks buitengewoon bestuurscommissielid. De privépersoon Daphne oordeelt als volgt: ik zou zelf graag zien dat geld wordt geïnvesteerd in levende mensen, dat wil zeggen: in Joden en Sinti en Roma in Nederland, die nu leven. In overlevenden van de sjoa bijvoorbeeld, of in research naar de transgenerationele effecten van ernstig trauma. Of gewoon in een speelplaatsje in Amstelveen of een bestelling voor rolstoelen en rollators voor bewoners van Beth Shalom en andere Joodse ouderen bij ons in de regio. In huishoudelijke hulp, in noden van de Naoorlogse generatie zo je wilt. In het project Mazzelstein en in soortgelijke projecten voor de nazaten van de slachtoffers. In mensen, dus, en in wat zij nodig hebben.

Niet in het Nationaal Holocaust Monument en het Nationaal Holocaust Museum. De sjoa herdenken heeft onmiskenbaar nut, en ik ben er zeer voor. Maar hebben we nog meer grote projecten nodig? Grote bouwwerken, die de energie uit kleine projecten en kleine monumenten trekken?
Wij, en de volgende generaties, kunnen elke euro maar één keer uitgeven. Ook aan sjoa-educatie en het levend houden van de herinnering, in een periode dat dit anders zal gaan dan nu, omdat degenen die de sjoa zelf hebben meegemaakt over een aantal jaren niet meer in leven zijn. De herdenking zal een ander karakter krijgen en, als de voortekenen niet bedriegen, veel interactiever worden, met de actieve deelname van zo veel mogelijk mensen. En grootschalige installaties, met veel staf en hoge beheerskosten, hebben de neiging veel geld te kosten. Graven we niet twee bodemloze putten, waar we in de toekomst geld in moeten blijven gooien dat we eigenlijk liever aan interactieve kleine projecten hadden willen besteden?

Dan mijn tweede punt: er is ook nog iets anders met het Nationale Holocaust Monument en het Nationaal Holocaust Museum. Dat zit ‘m ten eerste in het begrip Nationaal. En ten tweede in het begrip Holocaust. Twee bouwwerken, een halverwege voltooiïng, een ander in de ontwerpfase, die toegevoegd worden aan wat er nu al bestaat in het Joods Cultureel Kwartier in de oostflank van het centrum van Amsterdam. Kan de Natie geen zorg dragen voor deze Nationale projecten? En zo nee, waarom eigenlijk niet?

Het begrip Holocaust doet me weer aan een ander aspect denken. Chaweriem we chawerot, vrienden en kameraden: dit worden toeristische trekpleisters. Laat de Gemeente zelf voor de verbreding van het toeristische aanbod betalen. Hoe vervelend ik het ook vind om navolgende regel te tikken, ’t moet toch gebeuren. Ain’t there no business like Shoah-business? Voor de Gemeente Amsterdam? Het Holocaust-toerisme levert de Gemeente Amsterdam jaarlijks veel toerismedollars – en euro’s op. Fiets één keer over de Prinsengracht richting het Centraal Station, tussen acht uur ’s ochtends en zeven uur ’s avonds, en je zult het zien. Die drommen toeristen nemen niet af, het worden er elk jaar alleen maar meer. En meer aanbod van herdenkingsplekken zorgt ervoor dat de bezoekers langer in de stad blijven.
Moeten wij de investering in die toeristische trekpleisters door middel van een sigaar-uit-eigen-doos-constructie dan zelf betalen? En ervoor blijven betalen? Want als iets er eenmaal staat, een monument of een museum, moet het worden onderhouden. Al is het maar door een hovenier die onkruid weghaalt.

Wie bepaalt eigenlijk waar die tien miljoen euro naartoe gaat? De Joodse Gemeenschap, lees ik op de website van de krant. Wie zijn dat? Wie spreken namens de Joodse Gemeenschap? Het merendeel van de circa 55.000 Joden in Nederland (cijfers van JMW uit 2009) is niet aangesloten bij welke Joodse organisatie dan ook. Van die 55.000 Joden wonen er circa 30.000 in de agglomeratie Amsterdam-Amstelveen en randgemeenten. Als ik cijfermatig genereus ben, kan ik de conclusie trekken dat 1 op de 5 Joden in dit gebied is aangesloten bij de LJG of de NIHS. (Zesduizend personen, onder wie ikzelf.) Via een getrapt democratiseringsmodel zit er iemand namens mij in het Centraal Joods Overleg. Mogen de anderen in Amsterdam en omstreken, die 4 op de 5 Joden, ook nog iets zeggen, voordat het geld dat ook van hun voorouders is geweest wordt gestoken in bouwplannen? Misschien zijn zij het hier wel volledig mee eens. Maar hoe stellen we dat vast?

Zo, ik heb een stukje getikt zonder ook maar iets onaardigs te zeggen over de aanjagers van de Nationaal Holocaust Monument.

Daphne Meijer werkt als journalist, eindredacteur, vertaler en programmamaker.Ze heeft zich gespecialiseerd in onderwerpen al religie, migratie, integratie en joodse geschiedenis. Meer artikelen van Daphne op Republiek Allochtonië vindt u hier.

 

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.

 

Waardeert u ons werk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!



Meer over amsterdam, daphne meijer, erfgoed, holocaust, joden, joods.

Delen:

Reageer




Reacties


Wanya F. Kruyer Bloemgarten - 20/05/2016 03:46

Helemaal eens: onterecht geheven erfpacht investeren in overlevenden en hun (klein)kinderen. In projecten die de community versterken en mensen een vertrouwde plek geven voor hun oude dag. Zou een erfpachtvrij kaveltje voor Villa Mazzelsteijn, woon/zorg voor joodse 55-plussers met een klein inkomen, niet een mooie besteding zijn? Bijvoorbeeld op het lege Gemeente-terrein naast de Uilenburgersjoel, in het hart van wat voor de oorlog de joodse getto was.