Open brief aan Femke Halsema

In opinie door Bart Voorzanger op 11-10-2010 | 22:35

"die in haar overigens mooie verhaal over gewetensvrijheid één ding vergeet: de soevereiniteit in eigen kring die kerken, net als partijen, verenigingen en gezinnen, nodig hebben willen ze de rol kunnen spelen waarvoor ze zijn opgezet. Het risico van dat vergeten is dat we vermeende gewetensdwang bestrijden met échte."

Dat schrijft Bart Voorzanger in een blog. Hieronder het vervolg van zijn open brief.

Geachte mevrouw,

Regelmatig stel ik me voor hoe mooi het zijn moet lid van uw partij te zijn. Maar telkens weer komt er dan een uitspraak over integratiekwesties waardoor ik aarzel of ik, hoe groen en links ik ook ben, wel thuishoor bij GroenLinks. Zojuist las ik vol aandacht uw lezing over Gewetensvrijheid en ik geloof dat ik begin te begrijpen waar de schoen wringt.

Net als u ben ik pro- noch anti-religie. Net als u erken ik het recht te geloven wat je gelooft en daar je leven naar in te richten. Net als u erken ik het belang van kerken en moskeeën voor wie zich met een kerk of moskee verbonden voelt. Net als u erken ik de vrijheid van onderwijs. Met u wijs ik gewetensdwang af. Ik deel uw overtuiging dat de staat gelovigen moet vrijwaren van vernedering maar dat hem bij belediging geen rol toekomt. Ik deel uw zorgen over de onvrijheid van een wellicht grote groep moslima’s die onder het juk van vader, man, ooms, broers, zoons en wie weet hoeveel meer omstanders door moeten. En net als u leef ik mee met dat dertienjarige meisje dat zo graag haar haar liet wapperen, maar van haar ouders een hoofddoek op moet. Maar daar ergens eindigt de eensgezindheid.

U verzet zich, met Bas de Gaay Fortman tegen kerkelijk gezag over persoonlijk en maatschappelijk leven. Ik neem aan dat u daarmee doelt op het persoonlijke en maatschappelijke leven van leden van zo’n kerk. Maar vergelijk die kerk nu eens met uw partij. Een Groenlinks-vertegenwoordiger die racistisch beleid steunt of die voorstelt het waddengebied vol kolencentrales te zetten, zal door de partij tot de orde geroepen, en als dat niet helpt wellicht zelfs geroyeerd worden. Dat is partijgezag over in elk geval het maatschappelijk leven van de betrokkene.

U schrijft:

De voorlopers van GroenLinks verzetten zich – terecht – tegen de vele gedragsvoorschriften en leefregels die door het kerkelijke gezag aan mensen werden opgelegd. Bijvoorbeeld: ‘een christen kan niet homoseksueel zijn’, ‘een christen pleegt geen abortus of euthanasie, en keurt dit ook af als anderen het doen’, ‘een christen behoort niet op zondag te werken’.

Een kerk heeft een leer, dat is zijn bestaansrecht. En die leer is niet vrijblijvend. Wat er mis is met ‘een christen kan niet homoseksueel zijn’ is de veralgemenisering. De uitspraak zou moeten luiden: ‘een lid van ónze kerk kan niet homoseksueel zijn’ (of liever nog: ‘… als homoseksueel leven’; kerken die homoseksualiteit als geaardheid verbieden zijn er gelukkig niet zo veel). En voor die andere uitspraken geldt iets soortgelijks. Als zo’n uitspraak conform de leer is, zullen we hem moeten dulden. Natuurlijk kun je vinden dat die leer verwerpelijk is – een goede reden om geen lid van die kerk te willen zijn. Natuurlijk kun je als kerklid vinden dat de leer een andere interpretatie toestaat, en als dat binnen je kerk niet aanslaat, kun je een nieuwe kerk stichten waar dat wel tot de uitgangspunten behoort. Die eerste kerk zou over de schreef gaan als hij zijn eigen homoseksuele leden met onaanvaardbare middelen dwong om zich van homoseks te onthouden, of zich zou bemoeien met het seksuele doen en laten van mensen buiten de eigen kerk. Maar als wij als buitenstaanders de leden van zo’n kerk voorschrijven dat ze homoseksueel gedrag moeten goedkeuren, bedrijven wij gewetensdwang.

U schrijft:

Godsdienstvrijheid betekent juist dat je gelovige kan zijn èn praktiserend homoseksueel op een reformatorische school. Het betekent ook dat een jonge Islamitische vrouw, zonder hoofddoek, niet vernederd mag worden of thuisgehouden omdat ze volgens islamitisch gezag onrein zou zijn.

Een medewerker van een reformatorische school van een richting die homoseksueel gedrág afwijst, kan geen praktiserend homo zijn zonder daarmee in elk geval op dat punt de grondslag van die school af te wijzen en is in die zin te vergelijken met een GroenLinks-vertegenwoordiger die een nieuwe fractiemedewerkster afwijst omdat ze vrouw, zwart of islamitisch is. Wie werkzaam wil zijn aan een instelling met een grondslag, zal die grondslag moeten onderschrijven en ernaar moeten handelen. Zonder die eis verliest die grondslag en daarmee de instelling zelf zijn betekenis.

Dat een jonge islamitische vrouw zonder hoofddoek niet vernederd mag worden, onderschrijf ik van harte. Of ze thuisgehouden mag worden omdat ze ‘onrein’ zou zijn, is een minder makkelijke vraag. Maar daarvoor moeten we naar het dertienjarige meisje dat u wat later in uw verhaal schetst en dat van haar ouders een hoofddoek op moet – of liever nog, eerst eens naar haar leeftijdsgenootje een paar huizen verderop. Dat meisje groeit op in een gezin zonder godsdienstige binding, maar ook zij heeft klachten. Ze wil kleren kopen waarin haar ouders haar niet graag de deur zien uitgaan. Ze wil uit, en dat vaak en tot zeer laat in de nacht, want dan pas wordt het feest echt vet. Ze wil meedrinken met haar vriendinnen. Maar haar ouders zijn stom. Ze stellen grenzen waaruit blijkt dat ze werkelijk niets begrijpen van het leven van een tiener in de eenentwintigste eeuw. Ze willen dat ze haar huiswerk maakt en zorgt dat ze overgaat, maar wat móet ze op die school als ze er bij haar vriendjes en vriendinnetjes uit ligt!?

’t Is nog maar helemaal de vraag welk van die twee meiden het wanhopigst is. Het punt is dat beide meiden lid zijn van een gezin. In een gezin bestaan verschillen in kennis, in inzicht, in vermogen vooruit te denken, en daarom ook verschillen in zeggenschap. Ouders zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling van hun kinderen en dat betekent dat ze grenzen en eisen stellen, ook als die even niet zo welkom zijn. Natuurlijk mogen ouders een hele hoop niet, en moeten ze van alles. Ze mogen hun kinderen niet kwellen, kwetsen of mishandelen; ze moeten ze voeden, verzorgen en voorbereiden op de toekomst, en dat graag liefdevol. Maar ze mogen wel grenzen stellen, en dat betekent als het erop aankomt dat ze het laatste woord hebben als het gaat om wat hun kind eet, draagt en doet. De wereld is vol dertienjarige meisjes (en een enkele dertienjarige jongen) die het zeer oneens zijn met de besluiten van hun ouders, en dat kan hoog oplopen, maar dat er grenzen zijn, hoe onwelkom ook, is onvermijdelijk.

Terug naar die jonge islamitische vrouw zonder hoofddoek. Als ze erg jong is, dertien bijvoorbeeld, moesten we haar ouders misschien dus echt het recht gunnen haar het dragen van een hoofddoek op te leggen, al zijn er grenzen aan de middelen die ze daarbij inzetten. Haar het uitgaan verbieden kan wellicht nog, daadwerkelijke langdurige opsluiting is mishandeling. Naarmate ze ouder wordt zal ze meer ruimte moeten krijgen voor haar eigen besluiten en als ze, nog steeds jong, volwassen wordt is ze echt haar eigen baas. Trouwt ze vervolgens met een man die later blijkt te eisen dat ze buitenshuis een hoofddoek draagt, dan heeft ze twee opties: scheiden en elders een eigen leven beginnen, of dat ding dragen omdat haar man dat wil en zij met man én hoofddoek gelukkiger denkt te zijn dan vrij van beide. Het is maar weinig mensen gegeven getrouwd te zijn met iemand die helemaal niets verlangt. Als die man, afgezien van zijn hoofddoekjesmanie, deugt, levert ook hij dingen in, in de wetenschap dat een huwelijk geven en nemen is. In autochtone huwelijken spelen hoofddoekjes geen grote rol, maar geven en nemen doen ze daar evenzeer. Zo groot zijn de verschillen nu ook weer niet. U zult dat vast herkennen.

U schrijft:

Vrije godsdienstbeleving verdient actieve bescherming. Waarbij voor mij geldt: godsdienstvrijheid is een individueel recht. Het collectief staat niet boven het individu. Kerk noch staat mogen mensen dwingen te geloven, of hun geloof af te leggen.

Uw verhaal over godsdienstvrijheid als individueel recht lijkt uit te gaan van een staat – de Nederlandse, democratische rechtsstaat in dit geval – als verbond van vrije individuen, waarbinnen alle andere collectieven waar mensen deel van uitmaken – gezin, club, vereniging, partij, kerk – slechts een faciliterende functie hebben.

Het lastige is echter dat die andere instellingen, net als de staat, alleen kunnen bestaan, en hun zinnige functie kunnen vervullen als ze hun eigen wetten en regels stellen en handhaven. Neem uw eigen partij. Die gaat uit van bepaalde idealen. Natuurlijk kunnen die in de loop van de tijd veranderen, maar u zou onaangenaam verrast zijn als alle VVD-leden opeens lid van uw partij werden en die met die meerderheid in één klap omvormden tot een centrum-rechtse partij. U zou zich niet uit het veld laten slaan, en een nieuwe partij oprichten. Maar ik kan me voorstellen dat u daarbij zou nadenken over de mogelijkheid om een dergelijke overname verder te voorkomen. Iets als een beginselverklaring die aspirant-leden moeten onderschrijven misschien?

Waar het collectief zijn eigenheid moet veiligstellen, staat het wel degelijk boven het individu. Slechts één vrijheid mag het dat individu niet ontnemen: de vrijheid zich uit dat collectief terug te trekken. Dat geldt voor partijen – zie het hypothetische voorbeeld dat ik zojuist gaf – maar het geldt evenzeer voor al die andere collectieven, van gezin tot kerk. Als je het met je partner niet eens kunt worden over de uitgangspunten en regels van het gezin, kun je scheiden en je kunt je uitschrijven als je het met je kerkgenoten niet eens kunt worden over de uitgangspunten en regels van die kerk. Die vrijheid te vertrekken, heeft een prijs: je komt alleen te staan, je verliest de steun, de troost, de gezelligheid die het collectief je gaf. Dat gat kun je opnieuw vullen: hertrouwen, je bekeren tot een ander geloof, je aansluiten bij een andere partij. Maar dat vergt het een en ander, en het duurt even. Zulke overgangen tellen al snel als major life events. Het is dan ook onvermijdelijk dat mensen die pijn vaak mijden door minder aardige aspecten van het collectief voor lief te nemen, in elk geval zolang de voordelen daartegen opwegen, en vaak in feite nog wel iets langer.

Collectieven hebben dus hun eigen regels en ze genieten een zekere autonomie – ten opzichte van hun leden, maar ook ten opzichte van de staat. U zou het niet accepteren als de minister van gezinszaken bij u thuis kwam vertellen welke regels daar moeten gelden. U zou het niet accepteren wanneer de minister van binnenlandse zaken uw partij een beginselprogram en een partijreglement kwam opleggen. En als u lid was van een kerk of uw kinderen stuurde naar een bijzondere school, zou u het niet accepteren wanneer de minister van eredienst en zijn collega van onderwijs kwamen vertellen welke uitgangspunten die dienden te hanteren.

En daarom vind ik, anders dan u, dat we de SGP de ruimte moeten geven vast te houden aan zijn vrouwenstandpunt, hoezeer u en ik ook hopen dat de mannenbroeders daarvan terugkomen. Daarom vind ik, anders dan u, dat reformatorische scholen het recht dienen te hebben praktiserende homo’s te weigeren, hoezeer u en ik ook hopen dat ze hun standpunt zullen herzien. En daarom vind ik, anders dan u, dat salafistische moskeeën moeten mogen vasthouden aan hun leer, hoezeer u en ik elke moslim ook een liberaler geloof gunnen. Gewetensvrijheid betekent dat je anderen de ruimte geeft iets te geloven dat je zelf afwijst, en daar in eigen kring ten volle naar te leven. Dat doet pijn, maar dat doet het alternatief – gewetensdwang evenzeer.

Als gezegd, ik ben van harte met u eens dat er islamitische vrouwen zijn die vanwege het geloof van hun gemeenschap en onder druk van allerlei familieleden en andere medegelovigen ernstig in hun vrijheid worden beperkt. Anders dan u, vind ik niet dat we die geloofsgemeenschap beperkingen moeten opleggen. De vraag is wat we wel kunnen doen. En dat is een lastige vraag die grondige bezinning vergt. Bovendien gaat er een vraag aan vooraf: wat willen die vrouwen zelf? In mensen tegen hun zin ‘bevrijden’ zie ik niet zoveel. Het leerstuk van het valse bewustzijn heeft me nooit zo aangesproken. Vertrekken is een major life event, ik schreef dat al. Willen ze dat? En waarheen kunnen ze dan?

Kortom, we zijn het eens over de vrijheid van het individu, maar wat ik mis in uw verhaal is de noodzakelijke vrijheid van een collectief eigen regels te stellen en daaraan vast te houden. Ik mis – nooit gedacht dat ik dát ooit nog eens zou opschrijven – een erkenning van de soevereiniteit in eigen kring.

Met, ondanks dit kennelijke meningsverschil, alle respect voor u en uw partij en

vriendelijke groeten

Bart Voorzanger

Deze blog is van Bart Voorzanger en eerder verschenen op zijn eigen weblog. Eerdere blogs van Bart Voorzanger die op Republiek Allochtonie zijn verschenen vindt u onder de tag bart voorzanger


Meer over bart voorzanger, femke halsema, gewetensvrijheid, groenlinks, vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting.

Delen:

Reageer




Reacties


koos zevenbergen - 02/11/2010 14:29

Kunnen we echt geen betere remedie bedenken dan 'soevereiniteit in eigen kring'? Die oplossing hoort bij de verzuiling en dat model is niet meer levensvatbaar (afgezien van de nadelen ervan).
Overigens een inspirerende discussiebijdrage,
Bart Voorzanger!

Bart Voorzanger - 12/10/2010 13:56

Kennelijk was ik niet duidelijk. Dat is mijn fout. Ik denk dat vrouwen net zo goed voor zichzelf kunnen opkomen als mannen, en dat we ze daar vooral de ruimte voor moeten geven, in plaats van námens hen, en vóór hen te besluiten dat ze 'bevrijd' moeten worden.

Gavi Mensch - 12/10/2010 08:24

Ik kan me beter vinden in jouw verhaal dan in dat van Femke. Maar één ding blijft me in beide verhalen tegen de borst stuiten, iedereen maait het gras weer voor de voeten van mondige vrouwen weg en het gaat wéér over vrouwen, alsof het 'wezens' zijn die zelf niets in te brengen hebben. Laat vrouwen zelf deze discussie voeren en praat niet over hun hoofden naar elkaar, daarmee halen jullie hen naar beneden. Het gaat niet om de hoofddoek, maar om de ruimte, het gaat niet over vrouwen, maar voornamelijk over wat mannen (en sommige vrouwen) toch nog steeds denken van vrouwen, namelijk dat ze niet voor zichzelf kunnen opkomen.