Het verhoor: een kort toneelstuk van Jan Pronk

In opinie door Jan Pronk op 10-01-2014 | 14:53

Oud-minister Jan Pronk schreef 'het verhoor', een toneelstuk dat op 26 oktober 2013 werd opgevoerd tijdens de Cultuurnacht in Tilburg.

Pronk was door Het Zuidelijk Toneel gevraagd om een zeer korte toneeltekst te schrijven over wat solidariteit en barmhartigheid anno nu nog betekenen.

Hieronder de tekst van het toneelstuk.

Een ambtenaar van de IND en Ali Osman, een asielzoeker. De ambtenaar zit achter een bureau. Osman komt binnen en gaat op de stoel voor het bureau zitten.

IND-ambtenaar

Goede morgen. Kunt u nog eens vertellen wie u bent en waarom u in Nederland asiel zoekt? De vorige keer had u geen behoefte aan een tolk. Is dat nog steeds zo?

Osman

Ja, ik ben al een paar jaar hier. Mijn naam is Ali Osman. Ik ben geboren in Sudan. Ik zoek asiel in Nederland omdat de geheime dienst naar mij op zoek is.

IND-ambtenaar

Wat hebt u misdaan?

Osman

Ik heb niets misdaan. Dan zou de politie mij zoeken. De geheime dienst zoekt mij omdat ik actie heb gevoerd tegen de regering en anderen heb opgeroepen dat ook te doen.

IND-ambtenaar

Waarvoor voerde u actie?

Osman

Iedereen uit ons dorp moest vertrekken, de regering had onze grond beloofd aan een grote buitenlandse onderneming om olie te boren. Maar die grond was van ons. We hebben er altijd gewoond, net als onze vaders en grootvaders. Allemaal boeren.

IND-ambtenaar

Beloofde men u schadeloosstelling, of een stuk grond ergens anders?

Osman

In Sudan wordt niemand schadeloos gesteld. Ze wezen ons ergens ver weg een andere plek aan, maar de grond daar was erg slecht. Toen zijn mijn broer en ik naar Khartoem gegaan, maar ze wilden niet naar ons luisteren. Daarna gingen we naar het kantoor van de Verenigde Naties, of die konden bemiddelen, maar die konden niets voor ons doen. Thuis hebben we iedereen bij elkaar geroepen. Niemand wilde weg.

IND-ambtenaar

Wat is de naam van dat dorp?

Osman

Geneina, maar het bestaat niet meer.

IND-ambtenaar

Wat bedoelt u?

Osman

Op een ochtend, het was nog nacht, kwamen de soldaten, met pantserwagens en vrachtauto’s. Ze zeiden dat we allemaal weg moesten, dezelfde dag. Toen we protesteerden, wilden ze mijn broer en mij gevangen nemen, omdat wij de leiding hadden. Toen begonnen de anderen stenen te gooien en zijn de soldaten gaan schieten. Opeens vielen mensen om ons heen dood neer. Mijn vader ook. Iedereen vluchtte, maar ze kwamen ons achterna, schoten mensen in de rug. Mijn broer hebben ze te pakken gekregen. Ze staken de huizen in brand en maakten alles plat met bulldozers. Het dorp bestaat niet meer. Er woont niemand meer.

IND-ambtenaar

U zegt dat u gezocht wordt. Hoe weet u dat?

Osman

Ze zijn bij mijn zuster geweest, meer dan eens. Ik moet me melden. Maar wie in handen van de geheime dienst valt, overleeft het niet. Dat weet iedereen. Ze martelen mensen dood. Van mijn broer hebben we nooit meer iets gehoord. Dat is nu drie jaar geleden.

IND-ambtenaar

Hebt u contact met uw zuster?

Osman

Nu en dan. Indirect, via boodschappen die ze stuurt. Niet per telefoon, dat is gevaarlijk. Mondeling, via via.

IND-ambtenaar

Dus de autoriteiten hebben u niet zelf gezegd dat ze u zoeken en waarvan u wordt beschuldigd?

Osman

Nee. Dat doet de geheime dienst nooit. Ze waarschuwen niet. Ze pakken je.

IND-ambtenaar

Dus u kunt niet bewijzen dat u actie hebt gevoerd en dat u wordt gezocht.

Osman

Nee, maar…

IND-ambtenaar

U heeft ook geen papieren meegenomen, geen geboortebewijs, geen bewijs van inschrijving in een bevolkingsregister, geen paspoort, niets. Toch wilt u dat we u geloven.

Osman

Ik heb nooit papieren gehad. Niemand had papieren. Er was geen bevolkingsregister in ons dorp. Een paspoort heb ik ook nooit gehad.

IND-ambtenaar

Hoe bent u dan hier naar toe gekomen?

Osman

Ik ben gevlucht, eerst naar Chad, toen naar Libië, en daarna met een boot naar Europa. In Italië werden we eerst opgepakt, toen weer vrijgelaten, en toen ben ik geholpen door anderen, met auto’s, en toen kwamen we hier.

IND-ambtenaar

Het Arabisch van u klinkt anders dan dat van andere mensen uit Sudan. Het lijkt het meest op dat van mensen uit het Oosten van Tsjaad. We hebben dat laten onderzoeken. We denken dat u niet uit Sudan komt, maar uit Tsjaad.

Osman

Alle mensen uit het dorp waar ik vandaan kom, en uit dat hele gebied spreken zo als ik.

IND-ambtenaar

Toen we u de eerste keer spraken, heeft u niets gezegd over uw zuster. Wij denken dat u dat er bij verzint, om het erger te laten lijken dan het is.

Osman

Ik was bang. Ik kende die mensen niet. Ze hadden uniformen aan.

IND-ambtenaar

Maar dit is Nederland. Hier hoeft u niet bang te zijn voor de politie. Dit is een rechtsstaat. Daarom ben u toch naar Nederland gekomen?

Osman

Ik kende Nederland niet. Ik kwam ook niet speciaal naar Nederland. Ik ben gevlucht omdat ze mij zullen martelen en doden, net als mijn broer. Het belangrijkste is dat ik niet in Soedan kan zijn. Dat overleef ik niet.

IND-ambtenaar

Het belangrijkste is dat u de waarheid spreekt, van het begin af aan.

Osman

U moet begrijpen, ik ben bang dat mijn zuster en haar familie iets overkomt. Als de geheime dienst weet waar ik ben en dat er contact is, nemen ze haar gevangen om mij onder druk te zetten. Daarom durfde ik dat niet direct te vertellen.

IND-ambtenaar

Toen u vanuit Tsjaad naar Libië ging, waarom bent u daar toen niet gebleven?

Osman

Ik kom uit Soedan. Libië was voor ons niet veilig. De geheime dienst van Bashir en Khadafi werken nauw samen. Ik heb er alleen geld verdiend om de overtocht te betalen.

IND-ambtenaar

Hebt u papieren waaruit blijkt dat u in Libië was en daar heeft gewerkt?

Osman

Nee, natuurlijk niet. Ik werkte illegaal.

IND-ambtenaar

Waarom bent u niet in Italië gebleven? Bij ons is de regel dat het eerste Europese land waar vluchtelingen aankomen hen moet opvangen.

Osman

In Italië zeiden ze dat ze niets voor ons konden doen. We moesten wel verder.

IND-ambtenaar

Stel dat u uit Sudan komt - dat kunt u niet bewijzen omdat u onderweg kennelijk uw papieren heeft weggegooid - dan begrijpen wij toch niet waar u bang voor bent. Er is vrede in Soedan. Er zijn rechters. Volgens onze informatie is het rustig.

Osman

Die berichten krijgt u van uw ambassade. Buitenlandse ambassades zien nooit iets, willen niets zien. De rechters in ons land spreken geen recht. Ze doen wat de regering zegt. Inderdaad, er is vrede gesloten tussen Noord en Zuid Soedan. Maar in Noord Soedan zelf is het helemaal geen vrede. Niet in Darfoer, niet bij ons in Kordofan.

IND-ambtenaar

Waar ligt Kordofan?

Osman

Dat is waar mijn dorp ligt, in de Nuba bergen. Weet u dat dan niet? Iedereen weet toch dat de oorlog in de Nuba bergen nog steeds doorgaat? U moet een oordeel vellen over mijn asielaanvraag, maar u weet niets van de situatie in mijn land.

IND-ambtenaar

Dat uw dorp, Geneina, door het leger zou zijn platgebrand hebben we nergens gelezen.

Osman

Dat zal best. De media worden er weggehouden. Er zijn honderden dorpen verwoest en platgebrand. Er zijn vierhonderdduizend mensen vermoord. Dat stond ook niet in de krant. Mijn land is een dictatuur. U kunt trouwens bij de VN vragen wat er is gebeurd. Zij zullen zich herinneren dat ik bij hen op kantoor ben geweest.

IND-ambtenaar

Het hoort niet tot de procedure dat wij de feiten checken, u had zelf een bevestiging van dat gesprek mee moeten nemen. Wij beslissen of uw verhaal geloofwaardig is. Zijn er nog vragen aan uw kant?

Osman

Ja. Ik ben bang dat mijn familie iets overkomt. Wilt u alstublieft voorzichtig zijn? De geheime dienst van mijn land is overal, ook in Nederland.

IND-ambtenaar

Ik dank u voor dit gesprek.

(Osman verlaat de kamer. De IND-man pakt de telefoon en tikt een nummer).

IND-ambtenaar

Hallo. Die Ali Osman uit Soedan, ik heb hem gesproken. Die man kan terug.(Luistert)

Argumenten? In de eerste plaats: hij bestaat eigenlijk niet: geen papieren, geen paspoort, geen bewijs dat hij is, wie hij claimt te zijn. Zo iemand kunnen we zo afwijzen. In de tweede plaats: gezien zijn accent kan hij heel goed uit Tsjaad komen, dan heeft hij hier niets te zoeken. Ten derde: hij heeft de eerste keer niet alles verteld, dat is op zich al een afwijzingsgrond. Ten vierde: hij zegt dat zijn dorp door het leger is verwoest. Ik heb dat nooit bevestigd gezien, ik kan dat dorp ook op geen enkele kaart vinden. Ten vijfde: hij zegt dat de geheime dienst hem zoekt, maar hij staat nergens geregistreerd als voortvluchtig. Ten zesde: als hij wat op zijn kerfstok heeft moet het recht zijn loop hebben. Als hij onschuldig is, wordt hij vrijgesproken. En niet te vergeten punt zeven: de ambtsberichten van onze ambassade daar zijn positief. Ten achtste: als zijn verzoek rechtmatig zou zijn, had hij dat in Italië moeten indienen.

Het lijkt mij trouwens niet iemand die makkelijk in Nederland zal integreren. Hij is hier nu al een paar jaar en hij wil maar niet begrijpen hoe het er bij ons toegaat. Welke van deze acht redenen om hem af te wijzen zullen we gebruiken? Kies maar. (Legt de telefoon neer).


Jan Pronk was minister in vier kabinetten en in verschillende functies werkzaam voor de Verenigde Naties. Van 2004 tot 2006 leidde hij de UN peace keeping operation (UNMIS)  in Khartoum (Soedan) als speciale vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal van de VN
Dit stuk schreef Jan Pronk in opdracht van het Zuidelijk Toneel. Het werd opgevoerd tijdens de Cultuurnacht in Tilburg op 26 oktober 2013 met de acteurs Bright O. Richards en Thomas Oerlemans. Deze tekst verscheen eerder op de website van Jan Pronk en is in overleg met de auteur ook op Republiek Allochtonië geplaatst.

Meer over immigratie op dit blog hier

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.  Waardeert u ons vrijwilligerswerk? U kunt het laten blijken door ons te steunen.

 


 


Meer over asielzoekers, immigratie, ind, jan pronk, vluchtelingen.

Delen:

Reageer




Reacties


Doortje Kal - 03/02/2014 12:22

Het verhoor werd zomer 2013 in aanwezigheid van Pronk ook gespeeld op de human-avond in De Balie (Duivelse dilemma's - over de Vluchtkerkers) en het beroerde mij zeer. Die avond droeg Ernst van den Hemel 'Nederland als ontmoedigingsmachine' voor, een essay dat ik opnam in de bundel 'Verder met kwartiermaken. Naar de verwelkoming van verschil' - Uitgeverij Tobi Vroegh, 13 december 2013 - zie ook www.kwartiermaken.nl

Froukje - 11/01/2014 17:44

Een mooie en kernachtige illustratie van het gegeven dat er in asiel- en vluchtelingenvraagstukken vaak sprake is van een een grote kloof tussen de kille bureaucratische regele en de rauwe realiteit.

Faatje - 10/01/2014 20:01

Wow, wat leuk, een stuk van Jan Pronk, dat was de held van mijn vader. Een gepassioneerd politicus zoals je ze helaas nog maar weinig ziet.
Mooi verhaal ook. Kort, krachtig en helaas niet onrealistisch.