De afspiegelingsvalkuil. Over waarom redacties ook de blik op zichzelf moeten richten

In opinie door Zoë Papaikonomou op 06-02-2018 | 09:37

De discussie over het gebrek aan diversiteit is weer hot in medialand. Gelukkig maar. Steeds meer redacties erkennen dat ze homogeen zijn en daardoor een eenzijdig beeld van de samenleving schetsen. ‘We moeten verkleuren’, ‘We willen divers talent werven’, is de kreet die ook nu weer overal klinkt. Ook twee FD-journalisten komen tot die conclusie in het Financieel Dagblad van afgelopen zaterdag. Toch blijft het vaak alleen bij de intentie om ook echt op zoek te gaan naar dat talent. En als het wel wordt gevonden? Hoe zorg je er dan voor dat ‘ze’ ook daadwerkelijk blijven? Richt als redactie de blik ook op jouw eigen manier van werken, betoogt onderzoeksjournalist Zoë Papaikonomou.

Twee blanke FD-journalisten die samen een debat over culturele diversiteit leidden. De intenties waren goed, de discussies interessant en toch overheerste achteraf een ongemakkelijk gevoel. Want wat is ónze rol in deze gevoelige discussie?

Dat schrijven de twee FD-journalisten die dit debat in januari leidden afgelopen zaterdag in het Financieel Dagblad. Dezelfde verslaggevers verdiepten zich eerder in het gebrek aan diversiteit op de Amsterdamse Zuidas en schreven er een artikel over.

Ergens ben ik weleens jaloers op de naïviteit van dat woordje ‘toch’. Er schuilt de luxe in om in het dagelijks leven niet over de rol van je kleur of afkomst te hoeven nadenken en hoe de media daarover berichten. Het ongemakkelijke gevoel dat deze verslaggevers pas na dit debat hadden, heb ik – samen met een hele hoop Nederlanders – vrijwel permanent. Dat neemt niet weg dat het goed is dat verslaggevers Bas Knoop en Elfanie toe Laer in hun opiniestuk nu wel de blik op hun eigen redactie richten.

Wij schrijven over de worsteling die veel bedrijven ervaren bij het laten verkleuren van de werkvloer, organiseerden er zelfs een debat over. Maar als wij de honderd bezoekers die middag hadden meegetroond naar de FD-redactie, twee verdiepingen hoger, dan hadden zij gezien dat wij deel uitmaken van een bolwerk dat nog witter is dan de meeste ondernemingen waarover wij schrijven.

Een veel homogenere beroepsgroep dan de media vind je inderdaad niet snel. Dat is niet nieuw; ik voer deze discussie actief sinds ik in de media werk. Zo’n twaalf jaar inmiddels. Veel collega’s proberen er al meer dan veertig jaar iets aan te veranderen. Dat maakt het soms moeilijk om nog mee te kunnen gaan in de verbazing van weer een nieuwe lichting (witte) journalisten wanneer ze erachter komen hoe homogeen hun beroepsgroep is. Meestal gevolgd door goede intenties met het doel de afspiegeling van hun redactie te verbeteren. Zoals ook deze journalisten beloven aan het einde van hun stuk:

Misschien moeten we daar maar eens beginnen: bij het werven van nieuw personeel verder kijken dan de gebruikelijke netwerken. Op bezoek gaan bij Marokkaanse en Turkse studentenverenigingen en bij vaak 'gekleurde' faculteiten zoals economie en rechten, en duidelijk maken dat ook de journalistiek een prachtig en belangrijk vak is. Niets doen is in elk geval geen optie.

Hartstikke mooi, zeker als ze echt daad bij woord voegen, want dat wordt bij goede intenties nog weleens vergeten. Maar dan? Stel ze vinden een aantal diverse collega’s, hoe gaat het dan verder? Worden deze collega’s het diverse geweten van de redactie alleen vanwege hun achtergrond? En wat gebeurt er als zij dat niet willen? Of op een gegeven moment een nieuwe baan vinden? En zullen zij zich wel thuis voelen op de FD-redactie? Het is de klassieke val waar veel media intrappen als ze ‘meer divers’ willen worden. De bal ligt altijd bij de ‘kleurrijke’ journalisten die op stel en sprong moeten worden aangetrokken en die meestal binnenstromen op stageplekken of een functie als beginnend redacteur. Niet de meest fijne positie van waaruit je jouw collega’s op hun blinde vlekken moet wijzen. En belangrijker: je moet ook weer niet tè veel afwijken van de manier van werken die al gangbaar is. De FD-verslaggevers verwoorden het prachtig:

[Wij hebben collega’s nodig] die onze blik op de wereld en die van de lezer helpen te verbreden. Die met verhaalideeën komen waar wij nog nooit aan hebben gedacht. Die zorgen voor permanente discussie op de redactie en meewerken aan een krant die ook zij de moeite waard vinden om te lezen.

Maar in hoeverre is die ruimte voor nieuwe perspectieven er ook echt? Uit het onderzoek dat ik deed met Annebregt Dijkman onder vijftig journalisten en deskundigen blijkt: die ruimte is er nauwelijks op mediaredacties. Waarom? Onder meer omdat de kennis over de huidige samenleving en haar diversiteit bij veel journalisten (zonder migratieachtergrond) vaak te summier is om die verhaalideeën en nieuwe blikken te waarderen. Daar sta je dan met je mooie invalshoek als ‘diverse’ journalist.

Wat werkt dan wel? Dat laat zich niet in één opiniestuk vertellen, maar om te beginnen zou de redactie van het FD het voorbeeld van verslaggevers Bas Knoop en Elfanie toe Laer kunnen volgen en de blik nog wat scherper op zichzelf richten. Wat voor cultuur heerst er op de redactie? Is dat een prettige omgeving voor journalisten met allerlei verschillende perspectieven? Hoe divers en inclusief is het denken en de manier van werken van de huidige redactie? Een praktisch voorbeeld: de redactie zou eens wat zorgvuldiger kunnen zijn waar het woordgebruik rondom dit thema aangaat. Zo lees ik in dit opiniestuk van het FD de woorden wit én blank; de begrippen bicultureel, multicultureel en niet-westers door elkaar heen; en schrijven de verslaggevers over ‘Marokkaanse en Turkse studentenverenigingen’ (een trip naar Marokko of Turkije lijkt me wat overdreven om divers talent te werven). Het heeft inderdaad allemaal met diversiteit te maken. Maar ja, zo hebben opties, obligaties, turbo’s en aandelen allemaal met beleggen te maken. Toch moet ik niet bij een FD-eindredacteur aankomen met een stuk dat al die beleggingsinstrumenten door elkaar haalt.

Niets doen is inderdaad geen optie. Zorg dat je als redactie een betere afspiegeling van de samenleving wordt. Maar doe vooral ook iets aan het kennisniveau van je redactie en wees kritisch op je manier van werken. Dan ben je samen verantwoordelijk voor een brede blik en blijft dat nieuwe talent dat je gaat werven ook echt hangen. Sterker nog, wie weet stroomt het dan wel vanzelf binnen.


Zoë Papaikonomou is zelfstandig onderzoeksjournalist en mediadocent. Begin april verschijnt haar boek ‘Heb je een boze moslim voor mij? Over inclusieve journalistiek’ dat ze schreef met onderzoeker Annebregt Dijkman bij Amsterdam University Press. Meer informatie hier

 

Waardeert u ons werk? U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren


Meer over diversiteit, media.

Delen:

Reageer