Oproep Aboutaleb aan kabinet: excuses voor slavernijverleden

In nieuws door Claire Schut op 01-07-2018 | 11:59

Op zaterdagavond 30 juni – de vooravond voor de officiële Keti Koti viering op 1 juli – vond bij het Rotterdamse slavenmonument een plechtige Keti Koti herdenking plaats. Het werd een memorabele herdenking, waarin de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb de regering opriep excuses aan te bieden voor het Nederlandse slavernijverleden.

Tijdens het openingsritueel van de Keti Koti herdenking sprak Ede-Kabiteni (hoofd-kapitein) Mutu Poeketi –  begeleid door Basya Guno With op een van oorsprong West-Afrikaanse Apinti drum – een gebed uit tot de voorouders en de slachtoffers van de slavenhandel en de slavernij in de (voormalige) Nederlandse koloniën. Hij eindigde zijn gebed met de wens dat de Keti Koti herdenking die de Stichting Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst (GVGT) in samenwerking met de gemeente Rotterdam voor de vijfde maal organiseerde, een waardige herdenking zou worden. Zijn gebed werd verhoord. Er was gezang van het Subesa koor. Muziek van het Koperkwintet van de Marinierskapel der Koninklijke Marine. Toespraken van de nieuwe GVTV-voorzitter Carlos Goncalves, Korpschef Pauw van de politie, burgemeester Ahmed Aboutaleb en spoken word artiest Y.M.P. Twee minuten stilte en een kranslegging. 

Maar het mooiste was misschien wel de toespraak van burgemeester Aboutaleb. Was die bij de vorige Keti Koti herdenking 2017 nog licht getergd aan het sputteren over de anti Zwarte Piet acties, ervoor pleitend om deze oer-Hollandse traditie beter niet klatsboem! maar langs de weg van de geleidelijkheid af te schaffen, dit jaar woei de wind uit een andere hoek. 

Op 1 juli 2018 is het 155 jaar geleden dat er in Paramaribo 21 kanonschoten weerklonken om van de afschaffing van de slavernij in Suriname en de Antillen te bekrachtigen. Zo begon burgemeester Aboutaleb zijn toespraak, waarin hij zijn overwegend zwarte en gekleurde (en dus uitstekende geïnformeerde) publiek meenam op een lesje Nederlandse geschiedenis. Hij sprak over de slavenhandel, het niet onaanzienlijke aandeel van Nederland in die slavenhandel, de gitzwarte keerzijde van de Gouden Eeuw medaille. Hij memoreerde het gruwelijke lot van de tot slaaf gemaakten die als vee, handelswaar, een ding “zonder ziel en zonder pijn” werden verhandeld, getransporteerd en gebruikt. Niet alleen tijdens het transport van Afrika naar de West, maar ook op de plantages zelf. Niet alleen tot 1 juli 1863 toen de slavernij in Suriname en het Caraïbisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden werd afgeschaft, maar ook tijdens de afgedwongen ‘contractarbeid’ in de tien jaar daarna. Het waren ook niet de Nederlandse ex-slaven – op dat moment van de afschaffing van de slavernij in de West enkele tienduizenden – die een schadevergoeding ontvingen, maar hun eigenaren: 150 tot 300 gulden per stuk, voor het verlies van hun eigendom. 

De Rotterdamse burgervader sprak over de invloed die dit gruwelijke lot heeft gehad op de ruim 600.000 Nederlandse tot slaaf gemaakten, hun kinderen en kindskinderen. Een invloed die tot op de dag van vandaag doorwerkt in de levens van de nazaten. Hij herinnerde aan de woorden van toenmalig vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA, net als Aboutaleb)  die in 2013 bij de viering van van 150 jaar afschaffing van de slavernij zei, dat de Nederlandse regering “diepe spijt en berouw” heeft. Dat was een begin, maar niet genoeg. 

Tijdens de Rotterdamse Keti Koti herdenking op 30 juni 2018 vervolgde Aboutaleb dan ook met een gedenkwaardige oproep aan het kabinet: “Volgende stap is wat mij betreft dan ook excuses aanbieden voor het leed dat tienduizenden mensen is berokkend. Ik roep het kabinet daartoe op dit gebaar te maken. Om op het punt van slavernij definitief een punt achter een donkere pagina in de Nederlandse geschiedenis te zetten.”

Het publiek applaudisseerde spontaan. 

Aboutaleb besloot zijn toespraak met de woorden dat als de Nederlandse regering die excuses heeft gemaakt, het gedeelde verleden in zoverre kan worden afgesloten (niet vergeten) dat een gezamenlijke toekomst mogelijk wordt. 

Dat een burgemeester van Marokkaans-Berberse roots het overwegend boterblank kabinet oproept tot excuses voor het Nederlands slavernijverleden is een fraaie bezegeling van de multiculturele samenleving van de toekomst. En een memorabel pleidooi op een waardige herdenking. Het gebed van Ede-Kabiteni Mutu Poeketi was verhoord. 

Foto en tekst: Claire Schut

Zie ook:

Op 1 juli vieren en herdenken Nederland en Suriname de afschaffing van de slavernij in Suriname in 1863. Zie: Keti Koti festival

Meer artikelen over slavernij en slavernijverleden


Wilt u dat Republiek Allochtonië blijft bestaan? Waardeert u ons vrijwilligerswerk? We kunnen uw steun goed gebruiken. U kunt Republiek Allochtonië steunen en een klein (of groot) bedrag doneren (nu ook via I-deal)

Neem een abonnement op onze dagelijkse nieuwsbrief: Subscribe to Republiek Allochtonië by Email


Meer over keti koti, slavernij, slavernijverleden.

Delen:

Reageer




Reacties


Rudi Dierick - 11/07/2018 23:43

Vegen voor Eigen deur is misschien een véél sterkere, en meer overtuigende manier om excuses van een ander te vragen. Hier dus excuses voor de Arabische handel in zwarte én blanke slaven. Volgens sommige auteurs omvangrijker dan de blanke handel van zwarte slaven. Of dat klopt lijkt me bijzaa: wat telt is de waarheid onder ogen zien, zonder selectiviteit. In elk geval, bedenk het spreekwoord over vegen.