De feiten over ‘allochtonen’, huwelijk en segregatie

In feiten door Sander Philipse op 19-05-2016 | 20:14

Tekst: Sander Philipse

Je kan tegenwoordig geen dag TV meer kijken zonder dat iemand weer een nieuwe manier verzint om over moslims te zeuren. Gisteren was het de beurt aan journalist Wierd Duk, die bij Pauw op tafel gooide dat Turkse en Marokkaanse Nederlanders weinig met witte Nederlanders trouwen, want islam. Duk maakt hier een probleem van ‘de islam’ van, maar maakt geen moment een helder onderscheid tussen afkomst en religie.

 Dat zijn conclusie ook niet door wetenschappelijk onderzoek wordt ondersteund (later hierover meer) houdt hem ook niet tegen. Je kan het hele segment hier bekijken, maar hij is verder niet bijzonder interessant. Gelukkig geven Sadet Karabulut en Özcan Akyol goed tegengas, maar Jeroen Pauw gaat verrassend makkelijk in de stigmatiserende retoriek van Duk mee. Een gebrek aan ondersteunend bewijs houdt tegenwoordig natuurlijk niemand tegen om zo maar wat dingen over moslims te zeggen.

Oud-Nederlandse tradities

Wil je trouwen met iemand die jou snapt, omdat zij dezelfde achtergrond en leefwereld hebben, dan ben je blijkbaar onderdeel van een sociaal probleem. Ook fijn, daar zit je dan met je problematische huwelijk. Het is extra wrang, omdat de meeste onderzoeken juist uitwijzen dat gesegregeerd trouwen een symptoom van gesegregeerd leven is — en dat dat laatste vooral door wit Nederland komt.

We zijn hier nogal geoefend in het gescheiden houden van bevolkingsgroepen, maar historisch besef is niet onze sterkste kant. Huwelijken tussen protestanten en katholieken waren bijvoorbeeld eeuwenlang not done, en zelfs tegenwoordig nog in sommige kringen een probleem. Die linkse rooien vond niemand leuk, en de manier waarop ons kolonialisme raciale scheidingen creëerde en in stand hield is al helemaal een rampzalig verhaal. Apartheid is niet voor niets een Nederlands woord. Eigenlijk is de strikte segregatie dus een oud-Nederlandse traditie. Enige introspectie kunnen we echter blijkbaar niet verwachten van Nederlanders. Soms lijkt het alsof voor de huidige Nederlander, de jaren 1950 net zo goed in de vijftiende eeuw hadden kunnen plaatsvinden. Als men deze historie al noemt, wordt dit vaak weggewuifd onder de noemer van “vooruitgang”, alsof dat een onomkeerbare natuurwet is, en het verleden iets is waar wij ons permanent van ontdaan hebben. Nooit meer over nadenken.

Goed, veel woorden hoef ik verder niet te verspillen aan Duk. Half Twitter staat vol met kritiek, en we krijgen de komende dagen waarschijnlijk krantenstuk na krantenstuk over dit zelfde onderwerp. Ik word er nu al moe van, maar dan heb ik weer wat dingen om boos over te worden. Bijvoorbeeld onze goede vriend Sywert van Lienden, bekend van zijn eerdere optreden bij De Wereld Draait Door, toen hij wetenschappelijk onderzoek op zowat iedere manier verkeerd citeerde en zodoende een hele groep vluchtelingen demoniseerde voor een publiek van anderhalf miljoen mensen. Je zou denken dat hij toen zou hebben geleerd om zorgvuldiger om te springen met wetenschappelijk onderzoek en cijfers, maar helaas: de “cijfers spreken voor zich”.

 

Voordat ik verder ga, een kleine noot over terminologie en definities. Ondanks een steeds verder gaande beweging om het woord “allochtoon” niet meer te gebruiken, is dat nog steeds het woord dat het Centraal Bureau voor de Statistiek gebruikt. Naast dat dit voor ongemakkelijke terminologie zorgt die ik hier helaas moet overnemen, creëert het ook veel spraakverwarring omdat de definities vaak onduidelijk zijn. Dus even voor de duidelijkheid: “allochtoon” is iemand die buiten Nederland geboren is, of die een ouder heeft die in het buitenland is geboren. “Autochtoon” is iemand met ouders die allebei in Nederland zijn geboren. Een “westerse allochtoon” heeft een “herkomstgroepering” uit Europa, Noord-Amerika, Oceanië, Indonesië of Japan (!!!!!). Omdat er in Nederland geen andere gegevens over herkomst, ras of etnische identificatie worden verzameld, zijn onze statistieken vaak beperkt. Deze gegevens zeggen dus helemaal niets over de kleinkinderen van immigranten, terwijl die groep steeds groter wordt. Ook de leeftijdsopbouw van de verschillende herkomstgroepen is niet gelijk, en je kan daardoor niet zo maar directe vergelijkingen maken. Hou hier allemaal rekening mee, want de mensen die de statistieken voor hun eigen karretje spannen doen dat niet.

Feitjes noemen

 

 

 

 

Onder het mom “feiten benoemen” vallen tegenwoordig al heel veel dingen die eigenlijk helemaal geen feiten zijn. Sywert geeft ons weer eens een uitstekende les in het slecht lezen van onderzoek. De vorige keer moest hij zich daarvoor voor een miljoenenpubliek verontschuldigen, deze keer bleef de fout beperkt tot een paar mensen op Twitter. Toch is hij relevant: hij heeft nog steeds een behoorlijk groot publiek, zijn rol bij DWDD lijkt ook niet uitgespeeld, en hij maakt keer op keer stigmatiserende fouten. En daar is hij niet alleen in: er is een hele groep journalisten die van slecht gelezen en selectief ingezette onderzoeken leeft.

Een les Sywert worden, in vier stappen:

  1. Selecteer je bron. Ga niet in de meest recente cijfers zitten wroeten, en ga vooral niet op zoek naar verschillende invalshoeken of interpretaties. Drie pagina’s uit een CBS onderzoek uit 2003 (met cijfers van 1997–2001) zijn vast voldoende. Dat dit zo oud is dat “voormalige Sovjet-Unie” nog als voorname herkomstgroepering te boek staat, maakt niet uit. Je hoeft ook nooit te benoemen dat ze hopeloos verouderd zijn.
  2. Citeer selectief. Dat er staat dat het bij gemengde huwelijken tussen autochtone en allochtone Nederlanders “in verreweg de meeste gevallen” om zogenaamde westerse allochtonen gaat, betekent niet dat je die cijfers niet kan gebruiken om te beweren dat witte Nederlanders best met Marokkaanse en Turkse Nederlanders willen trouwen.
  3. Citeer foutief. Als er staat dat jaarlijks bij een op de drie huwelijken ten minste één partner allochtoon Nederlander is, beweer je dat die huwelijken allemaal gemengd zijn. Als je hierop gewezen wordt, noem je dat een prima correctie, maar verander je je theorie niet. Die stond al vast.
  4. Ga zeker niet op zoek naar alternatieve verklaringen. Lees geen diepgravend onderzoek, zelfs niet als je met slechts de conclusie kan volstaan. Je hebt toch alleen de selectief en fout geciteerde cijfertjes nodig.

Wat zijn de feiten dan wel? Daar hebben we in Nederland een Centraal Bureau van de Statistiek voor, dat jaarlijks makkelijk toegankelijke cijfertjes op internet plaatst. Zij zijn hier te vinden, maar ik pak even de belangrijkste punten eruit. Ik negeer hierbij 2015, omdat het CBS nog geen statistieken over autochtone huwelijken in dat jaar lijkt te hebben.

Echte feiten

  • Van de 125.900 huwelijken in de periode 2011–2014 waarbij één van de partners allochtoon was, waren 46.560 (37.0%) met een autochtone partner.
  • Er waren in die periode in totaal 271.769 huwelijkssluitingen. Dat impliceert dat 17.1% van alle huwelijken, tussen een autochtoon en allochtoon persoon was, of iets meer dan 1 op 6.
  • Maar autochtonen die met allochtonen trouwen, kiezen in twee op de drie gevallen voor zogenaamde westerse allochtonen (herkomstachtergrond Europa, Noord-Amerika, Oceanië of Indonesië of Japan (!)): dit gebeurt in 31.030 van de 46.560 huwelijken tussen autochtonen en allochtonen.
  • Autochtonen kiezen bijna nooit voor een huwelijk met Marokkaanse of Turkse Nederlanders: er waren slechts 2.640 huwelijkssluitingen tussen die bevolkingsgroepen over de periode 2011–2014.
  • Allochtone Nederlanders met een Marokkaanse of Turkse achtergrond trouwen vaker met een allochtoon persoon van andere herkomst dan zij zelf, dan met een autochtone Nederlander — terwijl die laatste groep vele malen groter is. Huwelijken met allochtone mensen van gelijke herkomst vormen 82% van de huwelijke onder allochtone Turkse en Marokkaanse Nederlanders.
  • Dit alles is exclusief partnerschapsregistraties. Over de periode 2011–2014 waren dat er 48.548. En dan hebben we het nog niet over de vele lange-termijnrelaties en samenwoningsgevallen die niet officieel geregistreerd zijn. Het belang van het huwelijk is al decennialang aan het afnemen.
  • Deze cijfers gaan alleen over eerste generatie migranten en hun kinderen, en niet over de derde generatie, terwijl dat een steeds groter deel van de bevolking wordt, en dat juist de generatie is die nu begint met trouwen. En als we daarnaar kijken, en meenemen dat het huwelijk steeds minder belangrijk wordt (data over Engeland, Duitsland, Nederland en Zweden):

 

 

Al die cijfers zeggen verder ook heel weinig over de redenen voor deze trends. Betekenen ze dat autochtonen niet met Turkse en Marokkaanse Nederlanders willen trouwen, het omgekeerde, of misschien een mengeling van beiden? Ik heb de expertise niet om dat allemaal uit te pluizen, maar ik durf wel te stellen dat de conclusies van Duk en Sywert veel te eenzijdig (cq. fout) zijn. Want:

Ons trouwt met ons

Mensen doen dingen met de mensen waarmee ze sociale contacten onderhouden. Daarom trouwt ongeveer 40% van de Nederlanders met mensen met een zelfde opleidingsniveau, volgens cijfers van het CBS uit 2012 (uit deze SCP publicatie). Dat specifieke bevolkingsgroepen vooral met andere bevolkingsgroepen trouwen lijkt weinig te maken te hebben met ‘de islam’ of andere simplistische voorstellingen van cultuur en gedachtegoed. Het komt blijkbaar vooral door een gebrek aan sociale contacten in een sterk gesegregeerde samenleving. Zo ook het onderzoek dat Justine hierboven citeerde, dat stelt dat “meeting opportunities with natives at school and in the neighborhood are prominent factors in explaining the choice of dating.”

De meeste onderzoeken geven aan dat die segregatie niet door onwillende allochtonen, maar door de opstelling van witte Nederlanders komt. Zoals Sinan Çankaya al aangeeft, hebben autochtone Nederlanders nogal de neiging om minder met andere bevolkingsgroepen om te gaan dan bijvoorbeeld Turkse Nederlanders (deze statistieken gaan over Amsterdam).
 

 

Ook het Sociaal Cultureel Planbureau weet dit te bevestigen in een onderzoek uit 2012 (ook via Çankaya):

Het grootste deel van de autochtone Nederlanders (56%) heeft (vrijwel) nooit vriendschappelijke contacten met migranten. Een kwart van hen heeft ten minste wekelijks contact met vrienden of kennissen uit migrantengroepen. Dat de interetnische contacten van autochtonen lager zijn dan die van migranten, hangt samen met de gelegenheid tot contact

 

 

Volgens het SCP komt deze segregatie vooral door het feit dat witte Nederlanders in witte wijken wonen en witte sociale contacten onderhouden, en niet-witte Nederlanders hier veel diverser in zijn. Deze segregatie van woonomgeving is, volgens onderzoek van Miranda Vervoort uit 2011, juist aan het verergeren. En het SCP noemt uitsluiting en discriminatie als belangrijke factoren bij de totstandkoming van deze segregatie.

Migranten die zich minder geaccepteerd voelen gaan minder interetnische contacten aan, staan negatiever ten aanzien van homoseksualiteit en hebben aanzienlijk minder sociaal vertrouwen. Tevens vormen de gemiddeld meer negatieve houdingen van autochtonen ten aanzien van interetnisch contact een belemmering voor de sociale integratie. Ook zien we dat het de hoogst opgeleiden zijn, die de minste acceptatie ervaren, de zogenaamde integratieparadox

Ook de economische omstandigheden, en in het bijzonder de economische crisis van de afgelopen acht (!) jaar die allochtone Nederlanders veel harder heeft geraakt, dragen bij aan de “sociaal-culturele afstand” tussen allochtone en autochtone Nederlanders, volgens het SCP.

Als we het over segregatie hebben, wordt dit altijd geproblematiseerd als de schuld van de niet-witte Nederlander. Het is niet zo raar dat moslims huiverig staan ten opzichte van Nederlanders, als die massaal op een partij die zich puur op moslimhaat profileert stemmen. Het is ook niet zo raar dat wij in een gesegregeerde samenleving wonen, wanneer je beseft dat sociale woningbouw steeds verder wordt afgebouwd, private verhuurders en verkopers ongestraft kunnen discrimineren, de binnensteden steeds duurder en mede daardoor steeds witter worden, en de neoliberale regeringen van de afgelopen dertig jaar iedere keer maatregelen doorvoeren die verdere ongelijkheid tot gevolg hebben.

Dat zijn natuurlijk allemaal details. Het is veel makkelijker om te zeiken over moslims. Daar zijn we wel goed in.

 

Sander Philipse schrijft meestal over American Football, maar ook over andere zaken. Dit stuk verscheen eerder op zijn blog en is in overleg met de auteur ook op Republiek Allochtonië geplaatst. Lees ook van sander De feitenvrije demonisering van vluchtelingen bij DWDD

Volg Republiek Allochtonië op twitter of like ons op facebook.

 

Waardeert u ons werk? U kunt het laten blijken door een bijdrage over te maken op rekeningnummer NL12INGB0006026026 ten name van de stichting Allochtonenweblog te Amsterdam. Met een donatie van 5 euro zijn we al blij. Meer mag ook!


 

 


Meer over factcheck, integratie, interetnisch, relaties, sander philipse, segregatie, wierd duk.

Delen:

Reageer




Reacties


Frank - 02/06/2016 06:43

Het wordt wel genoemd maar belangrijk obstakel voor gemengde huwelijken is natuurlijk de islam. Is het voor moslims niet min of meer verplicht om met een moslim te trouwen? Sterker nog, brengt het trouwen met een ongelovige geen schande in de familie? Het is toch vreemd dat zelfs een zeer goed geintegreerde Marokkaan als burgemeester Aboutaleb wil dat zijn dochters met moslims trouwen.

Anja Meulenbelt - 24/05/2016 11:43

Het interessante aan het verwijt van Duk dat 'allochtonen' zo weinig met autochtonen trouwen is dat hij niet de vraag stelt of autochtonen wel zo'n zin hebben om met Marokkanen en Turken te trouwen - alsof het jawoord niet door twee mensen uitgesproken moet worden. Een eveneens onvermelde kwestie is hoe er omgegaan wordt met 'onze vrouwen' die onze vrouwen niet meer zijn op het moment dat ze trouwen met een bruine man. Ik kan daar over meepraten. Mijn huwelijk met een Palestijnse Arabier kwam op pornografische wijze in de hatemail die ik ontving terug. Wie trouwt met zo'n 'buitenlander' is meteen een landverrader. Neem ondertussen het de allochtonen maar kwalijk dat die misschien zulke autochtonen niet zulke aantrekkelijke partners vinden.